OLD HENGEL
De historie van Hengelo Gld
![]()
TWEEDE WERELDOORLOG
Op de 4e mei worden elk jaar de slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog herdacht. Een (onvolledige) lijst met namen is bekend. Maar achter elke naam schuilt een verhaal, die zeker de jongere generaties niet kennen. Hoe zij stierven weten zij niet. Na meer dan 50 jaar raakt het ook bij de ouderen in de vergetelheid. Daarom hier het verhaal van Hendrik Enzerink. Ter ere van alle Hengelose slachtoffers.
Hendrik
Enzerink kwam op 2 maart 1910 ter wereld. De Enzerinks woonden aan de
Varsselseweg 20, toen B49, op de boerderij De Rustenberg. Hendrik's vader Gerrit
trouwde met een meisje van de familie Lenselink, die op het huidige 115-jaar
oude huis woonde. Hendrik had twee zusters. Als enige zoon was hij voorbestemd
om de boerderij van zijn vader over te nemen.
Rond
1930 had Hendrik zijn 'gewone' militaire dienstplicht erop zitten. Hij moest
tegelijk met Berend Harmsen van 't Bruil in dienst. Harmsen vertelde dat hij
veel met Hendrik optrok. Ze gingen bij elke oproep samen. Hendrik had eigenlijk
een bloedhekel aan het leger, het Wilhelmus zong hij nooit mee. In de onrustige
dertiger jaren moesten ze nog enkele malen het soldatenuniform aantrekken voor
herhalingsoefeningen.
Op
Koninginnedag 1939 (31 augustus) werd een algemene mobilisatie uitgeroepen,
daags voor de inval van de Duitsers in Polen. Hendrik werd ingedeeld bij de
Eerste Sectie 2-I-14e Regiment Infanterie. Hij moest naar Cortenoever en kwam
bij familie van der Ley.
Op
20 april 1940 zou de familie Enzerink Hendrik voor het laatst in levende lijve
zien, toen hij na een verlof afscheid nam.
Zijn
compagnie was gelegerd in Schayk bij Oss, toen op vrijdag 10 mei de Duitsers
ons land binnenvielen. Om 8.15 uur marcheerden ze richting Tiel. Even buiten Oss
had Hendrik al pech. Bij het dekking zoeken tegen laagvliegende jagers viel hij
in een sloot. Ondanks de pijn marcheerde Hendrik verder.
De
drie volgende dagen bleef de compagnie in Tiel, waar ze met grote spoed
stellingen bouwden. Op maandagmiddag (2e Pinksterdag) sneuvelde sergeant van de
Ven toen hij op een eigen landmijn trapte. Bij de 2 luchtaanvallen op Tiel in
die dagen was geen slachtoffer onder de groep te betreuren.
's
Avonds 7 uur kreeg de groep van Hendrik opdracht uit Tiel af te marcheren. Het
was een zeer vermoeiende nachtelijke mars in versneld tempo. Via Culemborg
kwamen ze dinsdagochtend rond 7 uur in Werkhoven aan, ca. 8 km. ten zuidoosten
van Utrecht. De sectie kreeg opdracht een bosperceel bij kasteel Beverweerd te
bezetten. Later bleek dat dit de zwaarste opdracht van het bataljon was. Doel
was de aftocht van de uit de Grebbelinie terugtrekkende troepen te dekken.
Bij
een eerste aanval op de sectie door een Duitse patrouille werden sergeant Coenen
en soldaat Kokelaar gewond. Hendrik ging, behulpzaam als hij altijd was, naar
achteren om hulp voor de gewonden te halen. Bij terugkeer onder vijandelijk vuur
is hij getroffen door een schot in de rechterlong en in de rechter bovenarm. Ook
soldaat de Smit werd hierbij gewond.
Door
het aanhoudende vijandelijke vuur was het niet mogelijk de zwaargewonde Hendrik
direct weg te slepen. Pas toen de manschappen zich terugtrokken konden ze hem
meenemen en naar een nabijgelegen boerderij brengen. Daar moesten ze hem
achterlaten. Toen hij iets wilde drinken, hij verloor bloed en het was warm, gaf
de boerin het hem niet, omdat ze niet wist wat voor geloof hij had.
Alle
ziekenhuizen in de omgeving van Utrecht zaten uiteraard bomvol met gewonden. De
gevechten hadden hun tol geëist. De militairen brachten Hendrik daarom naar
wijkzuster Elandt in Driebergen, waar hij 's avonds om 9 uur aankwam.
Hij
was toen nog goed bij kennis, maar wel uitgeput. Dr. van der Tak, die hem
verzorgde had eerst nog hoop hem in leven te houden. In de uren die volgden werd
hij steeds onrustiger en in de nacht van 14 op 15 mei rond 1 uur overleed
Hendrik Enzerink.
De
volgende dag is hij met 11 andere gesneuvelde soldaten (uit andere onderdelen)
op het kerkhof van Driebergen begraven. Hierbij sprak de burgemeester van die
gemeente. Een paar dagen later kwam de rest van de compagnie een laatste groet
bij het graf brengen.
Een
kaartje gedateerd op 11 mei was het laatste levensteken van Hendrik voor het
thuisfront. Daarop schreef hij: "Ik ben nog goed gezond, U moet er de moed
inhouden en dan moeten we maar afwachten hoe of het afloopt".
Het
verschrikkelijke bericht van zijn overlijden bereikte de familie Enzerink een
paar dagen later. Zuster Elandt schreef de eerste brief op 17 mei. Een dag later
kregen ze een brief van kapitein de Zeeuw van de compagnie. Hierin stond
vermeld, dat Hendrik getroffen was door verraderlijke kogels van een NSB'er.
Brieven volgden van het Nederlandse Rode Kruis en de reserve eerste luitenant
J.C. van Nielen. In deze brief, ondertekend door alle soldaten van zijn
regiment, stond uitleg van de gebeurtenissen. Hij besloot met de woorden:
"Hulpvaardig als altijd is Uw zoon gevallen bij zijn poging om een kameraad
te helpen. Om karakter en moedig gedrag hebben wij hem geëerd en zullen wij hem
ook als zoodanig gedenken."
Hendrik
was de tweede Hengelose militair die in die begindagen van de oorlog sneuvelde:
Jan Rouwenhorst, een achterneef van Hendrik, stierf op 11 mei bij Wilp.
In
1941 werden Jan Rouwenhorst en Hendrik Enzerink herbegraven in Hengelo. Dit
gebeurde in alle vroegte, 's ochtends half 7, zodat de Duitsers niets zouden
merken. Hierbij was alleen naaste familie aanwezig. De gezusters Van de Weer (Jo
Michels en Riek) legden later op Koninginnedag stiekem kransen op de twee
graven.
Hendrik's
zuster, Gerda, toen 17 jaar, verstrekte de gegevens voor dit verhaal. Ze
vertelde dat vooral haar vader het er moeilijk mee had: "Zijn opvolger was
gesneuveld. Pa was huisslachter en als hij 's nachts het bed uitging, omdat
hij niet kon slapen, gingen we kijken of hij zichzelf niets aandeed.
Als
reactie ging vader fel tegen de Duitsers in. Hij had om begrijpelijke redenen
een verschrikkelijke hekel aan NSB'ers. Die liepen met de duim achter het vest
door het dorp.
Pa
deed veel voor de ondergrondse, vooral samen met Jan Tijdink sr.
(bakker/wethouder). Hij verborg talloze onderduikers en zorgde voor de benodigde
bonnen. De meesten bleven kort, sommigen langer. Soms waren er 10 of 12
tegelijk. Het was riskant, soms bijna te, ook de levens van ons werden daardoor
in de waagschaal gesteld. De 'zwarten' slopen vaak rond het huis.
De
onderduikers kwamen vaak aanlopen. Een berichtje ging dan naar Tijdink, die
bracht ze dan weer naar 't Kervel of ergens anders waar plaats was. Veel
onderduikers bleven niet lang op een plek. Een paar nachten ergens slapen en dan
weer verder.
Er
gebeurde veel meer op onze boerderij. Van het meeste had ik geen weet. Koeriers
brachten brieven, die weer doorgestuurd werden. Ze waren vaak in de handvatten
van fietsen gerold. Waar ze vandaan kwamen, wie ze bracht of waar ze naar toe
gingen wist ik niet. Vlakbij ons huis stond een bakhuisje met een geheime
zender. De Duitsers konden deze niet peilen, al waren ze wel in de buurt, toen
ze het onderzochten.
Later
waren er ook veel evacués bij ons."
Na
de oorlog, maart 1946, ontving de familie een brief van Koningin Wilhelmina, die
haar deelneming betuigde: "het offer van zijn leven bracht ons de
vrijheid".
In
1948 werd Hendrik posthuum het oorlogsherinneringskruis toegekend met de gesp
voor bijzondere krijgsverrichtingen "Nederland Mei 1940".
In
die meidagen vochten 120 Hengelose soldaten mee. Sinds 1995 herdenken de nog
overgebleven Hengelose oud-militairen deze periode met een bijeenkomst. In 1995
leefden er nog 24. Inmiddels is dit aantal tot onder de 20 gedaald.
Gerda
Knoef-Enzerink woonde ten tijde van het interview nog op De Rustenberg. De
boerderij kreeg vooral bekendheid doordat het vliegtuig van Richard Pape hier in
september 1941 een noodlanding maakte. Maar dat is weer een ander
oorlogsverhaal.
W.J.M. Hermans, 1997
![]()