![]()
EEN
HENGELO'S OORLOGSDAGBOEK
Mijn
vader, Derk Jan Smeitink, hield van begin Juli 1941 tot zijn overlijden in 1954
een dagboek bij. De oorlogsgebeurtenissen nemen daar natuurlijk een belangrijke
plaats in.
Vader
werd in 1884 geboren in het 'Bouwhuis' bij kasteel Nijenhuis bij Heino. Het
gebouw, toen nog boerderij, bestaat nog steeds. Het is tegenwoordig in gebruik
als expositieruimte voor beeldende kunst. Vader was zes jaar toen zijn ouders
terugkeerden naar de Achterhoek, waar ze vandaan kwamen. Hij beleefde zijn jeugd
op het boerderijtje 'de Voortman' in de Reigersvoort, gemeente Steenderen, dicht
bij de gemeentegrens van Hengelo. Hij ging naar de Gooise school. Lang duurde
zijn schooltijd niet. Ik meen dat hij op 1 januari 1896 de school al verliet,
nog voor hij twaalf jaar werd. Enkele jaren later werd hij timmermansknecht.
Eerst bij Jansen (draei-umme) in Toldijk, later bij Lebbink op 't Kieftendorp.
Toen hij trouwde vestigde hij zich als timmerman-fietsenmaker in Toldijk. In
1934 verhuisde hij naar Hengelo.
Het
is enigszins verwonderlijk dat vader zijn bevindingen in het Nederlands heeft
opgeschreven. Ik meen dat hij in het dialectschrijven veel beter was. In
diezelfde oorlog schreef hij dialectverhalen die voor een deel na de oorlog in
boekvorm zijn uitgegeven. Het Nederlands was zijn tweede taal. Een deel van het
dagboek kunt u hier lezen. Een klein deel, want van juli 1941 tot aan de
bevrijding schreef Vader al ongeveer 500 bladzijden van flink formaat vol.
Zijn
voornaamste onderwerp is het plaatselijke oorlogsnieuws. Verder schrijft hij
over zijn indruk van het wereldgebeuren en over de zorg voor zijn gezin. De
keuze van de op te nemen gedeelten was voor mij nog een probleem. Ieder die de
oorlogsjaren bewust heeft meegemaakt, zal zich de ergernis en later de haat
tegenover de N.S.B. herinneren. Die afkeer blijkt ook uit het dagboek. Vader
noemt daarbij man en paard. Ik wil echter de kinderen en kleinkinderen van de
toenmalige N.S.B.ers niet kwetsen. Hen kan geen verwijt gemaakt worden van de
houding van hun vader of grootvader. Toch kan in een boek dat de oorlogsjaren in
Hengelo beschrijft, dit onderwerp niet overgeslagen worden. Het was iets wat ons
in die jaren sterk heeft bezig gehouden. Daarom heb ik er voor gekozen de
notities over dit onderwerp wel op te nemen, maar de namen niet te vermelden. De
ouderen weten ze wel, de jongeren moeten maar geen oude koeien uit de sloot
halen. De 'geschiedschrijvers' onder de lezers zullen dit wel geen ideale
oplossing vinden; ik ben het bij voorbaat met hen eens. Bij een volgende
herdenking (honderd jaar bevrijding!) zal het oude zeer wel zo ver gesleten zijn
dat volledigheid geen bezwaar meer is. Daar hoef ik me dan geen zorgen meer over
te maken.
Verder
moet de lezer bedenken dat vader opschreef wat hij op dat moment ondervond of
van anderen hoorde. De geruchten waren in die tijd vele, vooral in de laatste
oorlogsjaren toen reizen haast onmogelijk was. Vaak heeft hij bepaalde dingen
later gecorrigeerd of aangevuld. Wat hem tot schrijven bracht zegt hij zelf in
zijn 'inleiding' van 7 juli 1941.
Dagboek
7
Juli 1941.
In
dit boekje wil ik enkele dingen aanstippen uit het dagelijkse leven van heden.
Wellicht dat in later tijd onze kinderen nog eens graag herlezen wat ze nu
meemaken maar waarvan, vooral door de snel opeenvolgende gebeurtenissen, veel
uit hun geheugen zal verdwijnen. Ik weet zeer wel dat er een overvloed van
geschriften, boeken enz. zal loskomen zoodra dit ongestraft kan plaats vinden.
Maar het zal misschien toch interessant zijn in later jaren te lezen van de
kleine dingen die zich heden rondom ons in Hengelo G. omgeving dagelijks
afspelen. Daarbij is het ook nog een genot een en ander naar waarheid te mogen
neerschrijven in een tijd van de grootste leugenpropaganda en de meest
schaamtelooze rechtsverkrachting. Een tijd waarin niets, maar dan ook niets, mag
gezegd of geschreven worden wat niet is naar de wens van de Duitsche bezetting
of waarmee men de N.S.B. kan mishagen. De gebeurtenissen volgens de werkelijke
feiten te kunnen neerschrijven, geeft althans eenige opluchting en werkt als een
ventilatieklep waar je anders dreigt te stikken in alle politiek gedraai.
20
Juli 1941.
Jammer
dat ik dit boekje niet eerder ben begonnen; wat is er al veel sinds 10 Mei 1940
gebeurd, waard om op te teekenen. Wij hebben sinds vorig jaar al vier maal een
Duitse militair in kwartier gehad. Ze gedragen zich correct. Die jongens zijn
totaal eenzijdig opgevoed, weten alles wat ze als Duitscher weten mogen, wat hun
is voorgekauwd van de school af, maar verder is er niet mee te praten. Objectief
zijn is hun onbekend. Maar 't zijn in elk geval jongens waarmee je als mensch
tegenover elkaar kunt praten. Beter dan met de N.S.B.ers, die vuile bende, zich
noemende Hollanders van de nieuwe orde.
24
Aug. 1941.
De
V van vrijheid en victorie, de reclame V van de geallieerden kon door
Duitsland niet onderdrukt worden en dus maakte Goebbels, de propaganda-leugenaar,
er van: V is victorie, Duitschland overwint op alle fronten. De Hollandse
volksmond maakt er nu van: Duitschland overwintert op alle fronten. Nu, na twee
maand oorlog in Rusland blijkt wel duidelijk dat Rusland niet overwonnen wordt
voor de winter en de nazi's dus wel zullen moeten overwinteren op alle fronten.
Voor eenige weken stonden we zondagmorgen op en toen we buitenkwamen, bleek de
N.S.B. 's nachts het geheele dorp te hebben beklad en beplakt. Dat doen de
heeren 's nachts, overdag durven ze dat nog niet goed. "Nationaalsocialisme
of Communisme", "Duitschland wint op alle fronten", enz. enz.,
dat waren de opschriften die men op de straaten kon lezen en op de muren van
woningen. 't Spreekt vanzelf dat hiervoor bij voorkeur de huizen gebruikt werden
waarvan ze wel wisten dat de bewoners niets moesten hebben van hun nieuwe orde.
Persoonlijke wraak speelt daar vaak ook een grote rol bij. Als je die
landverraders
negeert en ze met de rug aankijkt als ze voorbijtrekken dan komt het hoofd van
de bende heel dicht langs je en zegt: Oóó, Smeitink...... Met andere woorden:
dat zullen we onthouden. Zoo kwam het dan ook mede dat op die bewuste
zondagmorgen bij ons huis extra werk was gedaan. Plakkaten op de winkelramen,
groote klodders vóór de zaak op de straat, enz. enz. én, wat overigens in 't
dorp niet was gezien: voor één der ramen en op de stoep stond ook: "Hier
heerst Engelse ziekte." 't Was er overigens nog naast ook, want hij
waarvoor het bestemd was, leed alleen aan Hollandse ziekte.
7
September 1941.
Voor
enkele maanden moesten de Joden reeds hun radio inleveren en nu is het al weer
wat nieuws met de Joden. Ze mogen niet meer in de veehandel werkzaam zijn en de
kinderen mogen niet meer naar de school. De kleine van Löwenhardt naast ons is
al veertien dagen thuis.
De
vermogens der Joden, ik meen boven de fl. 10.000, moeten alle bij een bepaalde
bank gedeponeerd worden. Zelfs hier in Hengelo stonden tot voor kort bordjes aan
de cafés "Verboden voor Joden". Deze zijn na een paar dagen weer
weggenomen. Die Nazi's verkopen reeds de huid voor ze de beer hebben geschoten.
Ze doen maar net of ze hier altijd wel blijven. Toch heb ik zoo'n gevoel of ze
over een jaar wel eens weg konden zijn.
8
September l941.
In
de afgelopen nacht is het nogal levendig geweest in de lucht boven Hengelo. Mien
had omstreeks vier uur in de morgen een lichtkogel gezien en een vliegmachine
laag over zien vliegen. Later in de morgen bleek dat een Engelsche bommenwerper
een noodlanding had moeten maken bij 't Klooster in Varssel. Ze lag tusschen de
Rustenberg en G. Wagenvoort in een stukje weide. Was weinig beschadigd en nog
vrijwel volkomen gaaf. Toch, bij nader inzien, bleek een vleugel losgescheurd en
was het onderstel in een greppel blijven steken. De inzittende Engelschen waren
allen ongedeerd. Vier ervan waren vanmorgen om acht uur reeds door de Duitsche
soldaten ingepikt en later op de dag nog één. Toch meent men dat nog één of
twee der inzittenden zoek zijn. Er werd vandaag overal naar gezocht door de
Duitschers.
23
September 1941.
Laatstleden
Zaterdag was er een alarm dat weer een kabel van de Duitschers was doorgeknipt
en jawel, in de nacht van zaterdag op zondag ging 's morgens half zes de bel
en kwam er een kaart. Willem moest zondagmiddag van vier tot acht op wacht. De
geheele nacht waren ze van 't gemeentehuis in de weer kaarten rondbrengen.
Verloopen nacht van Maandag op Dinsdag moest Willem alweer van vier tot acht in
de morgen op wacht. 't Is een gekke bende. 't Lijkt mij meer een hatelijke
maatregel om die stijve Hollanders te pesten.
3
November 1941.
Hedenmorgen
en heel de dag veel sneeuw gevallen en 't blijft ook liggen bij een temperatuur
om het vriespunt. Het posten is weer afgelopen, de draden zijn op hooge palen
gebracht. Maar nu is er patrouille loopen in alle buurtschappen. 's Nachts
wachthouden bij de dorschmachines. 's Zaterdagsmiddags worden ze bij de
boterloods op het plein bij de kerk gezet. Als je Zondagmorgen uit de kerk komt,
staat het vol dorschmachines met bewakers uit de burgerij er bij. Ze mochten
eens in brand geraken.
Dat
posten en patrouille loopen wordt nogal kalm opgenomen, al vergt het groote
opofferingen van de bewoners. Willem b.v. heeft in die paar weken dertien keer,
telkens vier uur, moeten staan. En er waren er die nog vaker hadden gestaan.
De veertiende en vijftiende kaart had hij alweer thuis toen het afgelascht
werd.
Op
een dag in October kwam plotseling het bericht: de Gestapo heeft Jan
Agterkamp, Gerrit Agterkamp en Bernard Besselink (oude koendershuis) opgehaald.
Men spreekt van op vermoeden van hulp aan Engelsche piloten. De gebroeders
Agterkamp lagen nog te bed en Besselink zat onder de koe te melken. Allen
moesten direct mee. Er heerst groote verslagenheid bij allen die hen kennen.
Zeker wel het meest bij de ouders Agterkamp en bij Besselink zijn vrouw met haar
drie kleine kinderen.
Eind
October zijn Jan Agterkamp en Bernard Besselink ter dood veroordeeld. De familie
is natuurlijk zeer verslagen, al is het hen een groote troost dat de
veroordeelden hun lot gelaten dragen in volkomen overgave en geloofsvertrouwen.
Toen ze van Amsterdam, waar ze veroordeeld werden, in de auto terug reden naar
Scheveningen waar ze gevangen zitten, zongen ze samen met nog twee andere
gevangenen (waarvan ook één ter dood veroordeeld was en de andere tot vijf
jaar tuchthuisstraf):
Dan ga ik op tot Gods altaren,
Tot God mijn God, de bron van vreugd.
Ook
had Jan Agterkamp nog gezegd (een paar dagen later toen de familie hen mocht
bezoeken in de gevangenis) tegen zijn moeder, die hem voorhield dat het
misschien nog goed zou gaan (met het oog op een gratieverzoek): "Moeder,
het gaat altijd goed." Zoo was de stemming ook bij Besselink en de familie
zeide toen ik hen bezocht: "De zwaarste gang in ons leven was, toen we 's
morgens na hun veroordeeling naar Scheveningen reden. Maar na ons samenzijn met
de veroordeelden die zoo in volle overgave hun lot afwachtten, gingen we toch
veel verlichter terug." Echter is dit nu al eenige weken geleden en tot
heden zijn de vonnissen nog niet voltrokken zoodat de hoop nog herleeft of
misschien het allerergste nog mocht worden afgewend.
Nog
een beestachtige maatregel: acht October zijn 's morgens een aantal Joden in
Hengelo opgehaald. O.a. een zoon van Max Jacobs, een broer of zwager van hem,
drie jongens van Philips, slager, Ruurlosche weg (waarvan twee getrouwd). Eén
van hen werd ernstig ziek van 't bed gehaald en meegenomen. Er stonden nog meer
Joden op de lijst, maar die waren gaan vluchten, o.a. onze buurman Löwenhardt.
Zoo zijn er ook vele Joden voortvluchtig in de omliggende plaatsen. Vele
doodsberichten zijn al binnengekomen. Hier in Hengelo heeft men reeds bericht
van overlijden (zes dagen na hun wegvoering) ontvangen van twee van de jongens
van Philips en van de kleine Lowie Meyers. Wat is dit anders dan moord?
In
de laatste weken zijn weer met zwaardere straffen bedreigd allen die saboteeren
tegen de Duitsche weermacht of tegen de voedselvoorziening in Nederland, zelfs
tot de doodstraf. Maar we hebben ons nog niet te bang laten maken. We moeten
toch eten.
7
November 1941.
Hedenmorgen
kwam weer bericht van overlijden van twee Joden uit Hengelo. Nu de derde zoon
van Philips, Ruurlosche weg en Samuël Jacobs, een broer van Max. Wat een
ellende in de Joodse gezinnen. 't Is overduidelijk dat de Joodsche weggevoerden
stelselmatig worden afgemaakt door de beschermers der Christelijke waarden en
bestrijders van het bolsjewisme. Willem moet hedenavond op patrouillewacht.
Surveilleren vanaf de Kastanjelaan tot aan de Dunsborg, de heide in en over de
Aaltense weg terug. Controle vanavond zeven uur bij r.k. kerkhof, om elf uur en
vannacht om één uur. Hij laat het zich nog al gemakkelijk vallen. Hij is om
zeven uur naar de kerkhof geweest zich present melden en kwam toen met zijn maat
weer thuis bij de koffie en de kachel. Straks om elf uur meldt hij zich weer en
komt dan vast wel weer terug om om één uur zich nogmaals aan de controle te
vertoonen.
18
November 1941.
De
slag is gevallen. Gisteren zijn Jan Agterkamp en Bernard Besselink ter dood
gebracht. De families van de veroordeelden hadden maandag nog bericht ontvangen
dat ze hen mochten bezoeken op heden Dinsdag. Alles was daarvoor gereed toen
gisterenavond heel laat de burgemeester met het bericht kwam dat ze reeds waren
gestorven door de moordenaarshanden.
Oudejaarsavond
1941.
Mistig
weer met af en toe regenbuien. Een wat het uiterlijke betreft sombere natuur die
nog extra drukt bij de oudejaarsavondstemming en de ellende waarin de wereld
verkeert. Maar bij dat alles hebben wij het nog goed als we rekenen hoevelen in
naamlooze ellende verkeeren, zowel lichamelijk als economisch. Hoevelen hebben
ook in 't afgelopen jaar één of meer familieleden moeten missen, hebben al hun
have en goed verloren of moeten nog op dit oogenblik de vreeselijkste ellende
doorstaan. De moffen mogen met Kerstmis en Nieuwjaar niet met verlof. Harmsen
van de Coöperatie is hedenavond bij ons geweest Oudejaar vieren. Wij hebben
samen nog poffertjes gebakken van smokkeltarwe die we zelf gemalen hebben. Ze
smaken nog best maar een glaasje is er op 't ogenblik niet bij te koop, maar dat
is nog het ergste niet. Mien heeft op het orgel gespeeld en we hebben eenige
toepasselijke liederen er bij gezongen.
Nieuwjaarsmorgen
1942.
We
gaan naar de kerk waar ouderlingen en diakenen werden bevestigd. Na kerktijd
horen we hoe stomdronken de moffen gisterenavond geweest zijn. Zeker mede
doordat zij met al die zondagen niet naar huis mochten. De "Spies" was
bij café V.d. Weer zo wild geweest, dat hij de stoelen en het biljart had stuk
geslagen. Ze wisten geen raad met hem en moesten de Ortscommandant er bij
hebben. Maar daar was ook niets mee te beginnen, ook smoordronken. Zijn pet werd
de volgende morgen op de straat gevonden. Alles een voorproefje van de nieuwe
orde.
25
Januari 1942.
Met
de oorlog schiet het nog niets op. De Engelschen en Amerikanen praten genoeg
doch schijnen nog niet voldoende materiaal te hebben om de Japanners flink aan
te pakken. In Libië, waar de Engelschen voor weken al vertelden dat ze daar zo
ongeveer gereed waren met de moffen, heeft nu de moffengeneraal Rommel nog weer
het offensief opgevat. Dus ook daar nog geen beslissende overwinning voor de
Engelschen. De Russen praten niet veel, maar die slaan er ouderwetsch op. De
moffen moeten daar nog regelmatig terug over bijna het heele lange front. Het
gevaar voor Moskou is nu voorlopig geheel geweken en Leningrad is ook al bijna
ontzet. 't Is te hopen dat de moffen de eerste paar maanden nu maar zooveel op
hun kop krijgen dat ze straks, als ze de Russische winter niet meer tegen
hebben, niet veel kracht meer over hebben om opnieuw tot een offensief over te
gaan.
Zooveel
is wel zeker: als de Japanners in het oosten net zooveel tegenslag hadden als
momenteel de Duitschers in het westen, dan was het einde van de oorlog
dichterbij. Maar nu vragen we ons af hoelang het nog wel zal duren. Als de macht
van Duitschland in Rusland eens zooveel gebroken wordt, dat er van Duitsche kant
geen overwinning meer te behalen is en ze dus hebben verloren, wat dan? Krijgen
we dan in Europa verademing of moeten we wachten tot de langzame geallieerden de
eindoverwinning hebben behaald? Ik twijfel niet of ze zullen die behalen maar
misschien slechts na jaren.
8
Februari 1942.
De
winter houdt nog onverzwakt stand. Er ligt nu 40 cm. sneeuw op de vlakke grond.
Langs lage paadjes en wegen ligt de sneeuw tot 80 cm. opgewaaid. Het fietsen was
de afgeloopen week totaal gebeurd. Mien moest naar Vorden heen en terug loopen.
Met het wildvangen (je moet nu van vangen spreken, want geweren zijn er niet meer
voor dit werk voorhanden) geeft het hier niets. Er is maar één konijn aan de
kool geweest. Bunzingen zijn er ook weinig; een groote kost van vijftien tot
twintig gulden.
8
Maart 1942.
Wij
hebben in de eerste helft van Maart al vaak aardappelen gepoot. Dat kan men zich
nu haast niet voorstellen als men naar buiten kijkt. 't Lijkt meer op een
poolgebied dan op een Lentenatuur. Maar 't zal toch wel vlugger Lente worden dan
vrede. Daar zijn we, naar het lijkt, verder af dan ooit.
Java
is nu ook al in handen van de Jappen. Batavia is gisteren ontruimd. In sommige
buitenstreken vechten de Hollanders nog met leeuwenmoed maar 't is verlooren, er
zijn te veel Jappen geland.
17
Maart 1942.
Eindelijk
is de sneeuw bijna weg. Verleden Vrijdag had het nog 6 graden gevroren maar
sinds Zondag is het boven nul.
De
oorlog blijft nog in hetzelfde stadium. De Jappen hebben ons Insulinde
zoo ongeveer te pakken. De Russen geven de moffen nog steeds de handen vol, ze
vorderen nog in alle sectoren maar blijkbaar is de tegenstand van de moffen nog
geweldig. De Engelschen praten nog best via hun verboden zender, maar doen geen
daden van beteekenis zoals de Russen.
28
April 1942.
Het
begint wat levendiger te worden op de oorlogsterreinen. De moffen kunnen aan 't
oostfront nog niet opschieten. De Russen zijn overal in de aanval maar de
terreinwinst is nog weinig. Alleen in de lucht schijnen de moffen wel in de
minderheid te koomen, de laatste dagen hebben ze over de tweehonderd vliegtuigen
verloren. Vorige week Donderdag kwam in Hengelo in de heide een Duitsch toestel
neer. Dat had daar een Engelsche machine ontmoet en de volle laag gekregen.
Zondagmiddag stond het zaakje op een moffenwagen bij de kerk. Alles was zoowat
aan poeier gevallen, 't leek wel of het Bretveld was met de rommelwagen van de
ophaaldienst.
Ik
ga nu maar slapen, 't is al elf uur. Buiten grommen de Duitsche jagers bij het
maanlicht.
19
Mei 1942.
't
Is een beroerde tijd voor alle menschen. Ook voor de jonge menschen is er 't
oogenblik geen perspectief. We hopen op betere tijden, echter worden de tijden
op 't oogenblik steeds donkerder. Voor veertien dagen zijn er 96 Hollanders
gefusilleerd; het heette dat ze voor een ondergrondse organisatie hadden
gewerkt.
Zoowaar
hebben we nu al twee maal een half ons tabak op de bon ontvangen. 't Zal wel
gauw minder worden. Ik heb voor alle zekerheid tabaksplanten uitgezet. Eens zien
of dat wat wordt en of het te rooken is.
De
Joden loopen al een paar weeken met een groote gele ster op hun kleding. Ze zijn
zoodoende allemaal geteekend en direct te herkennen.
4
Juni 1942.
Uit
onderschepte berichten naar het front in Rusland is gebleken, dat de
legerleiding de opdracht heeft tot elken prijs voor de soldaten aan het front
verborgen te houden en dat de Engelschen boven de Duitsche steden komen in
vluchten van 1200 machines. Dat vindt men blijkbaar te gevaarlijk, waar de moed
toch al aan het tanen is nu er geen Blitzkrieg meer te beleven is.
Als
de Engelschen en Amerikanen nu doorzetten is misschien het einde in zicht, al
zal de krankzinnige eerzucht van de Führer er zeker eerst nog alles aan wagen.
Intusschen
worden we nog steeds meer uitgezogen. Eerst mochten de boeren maar tien kippen
meer houden, nu moeten ze voor het einde van de zomer ook nog 150 eieren
leveren. Wij hebben er ook nog tien, maar voorloopig lever ik nog geen eieren.
7
Juni 1942.
Vazal
Mussert is vorige week naar Brabant geweest. Volgens de kranten had hij een
uitbundige ontvangst genoten. In werkelijkheid was het in de straten alsof er
een zware onweersbui met stortregen woedde.
Naar
aanleiding hiervan het volgende: Mussert bezocht in Brabant ook een school en
vroeg aan sommige leerlingen hoe ze heetten. Een jongen beweerde: "Ik heet
Mussert." Dat vond Mussert erg aardig. Hij had nooit geweten, dat hij nog
naamgenooten in Brabant had. Aan de onderwijzer vroeg hij: "Is het
werkelijk zoo? Heet dit kereltje Mussert?" "Nee," zei de
onderwijzer: "Maar we noemen hem zoo, omdat hij ook bij zijn tante
slaapt."
2
Juli 1942.
De
Engelschen zoeken hun kracht in Lybië maar in verder terugtrekken. Zou het nog
waar blijken te zijn dat Duitschland de oorlog verliest met zijn overwinningen
en Engeland deze wint met zijn nederlagen?
De
Joden hebben weer nieuwe plagen gekregen; ze mogen nu nog maar alleen thuis
slaapen, mogen zonder vergunning van geen enkel openbaar vervoer meer gebruik
maken, mogen niet in kapperszaken komen. Het lijkt erop of ze bij een volgende
maatregel geheel zullen verdwijnen uit de samenleving.
Sinds
twee dagen zijn alle aardewerk artikelen op de bon. De menschen loopen storm met
hun bonnetjes maar na anderhalve dag hebben we al niets meer.
14
Juli 1942.
Hedennacht
zijn de Engelsche bommenwerpers in de lucht geweest. 't Was verschrikkelijk
zooals de lichtflitsen langs de hemel schoten, lichtkogels bij dozijnen,
motorgeronk en hevige roode vuurstralen van afweergeschut. Eén zware dreunende
slag deed vermoeden dat er bommen niet ver af waren terecht gekomen. Hedenmorgen
kwam het treurige bericht dat de boerderij van Teerink van de Stokhorst door
bommen getroffen was. De boerderij viel in elkaar en het geheele gezin (man,
vrouw en vier kinderen) kwam om. Vreeselijk, een heel gezin van 6 personen in
één seconde dood; alleen de dienstbode en de knecht hebben het er levend
afgebracht.
31
Juli 1942.
Een
garagehouder uit Doetinchem was al eenige malen op de Keijenborg bij Seesing
geweest om daar een auto te koopen. Deze had Seesing niet opgegeven destijds.
Die garagehouder wist dat en wilde altijd de wagen koopen. Toen dat niet lukte,
kwam hij gisteren met Duitsche ambtenaren en werd de wagen in beslag genomen.
Smerige verraders; Seesing was altijd klant bij hem geweest, bah! De fietsen
hebben we zooveel mogelijk weggestopt. Wat ervan zullen we wel moeten leveren.
Maar zien dat we er wat klaar zetten met rotbanden, dan liggen ze daar tenminste
gauw mee tegen de vlakte.
16
Augustus 1942.
Onder
alles gaat de terreur door. Zoo is deze week ook W. Hilderink van het Kervel in
hechtenis genomen. Naar men meent, omdat hij destijds met die Jodenrazzia
meerdere Joden verborqen zou hebben.
1
September 1942.
Nu
hebben we al meer dan een week volop Zomer gehad.
Onze
buurman Löwenhardt had de vorige dagen bericht gekregen, dat hij naar een kamp
te Ruinen in Drenthe moest. Hedenmorgen moest hij vertrekken en nu kreeg hij
(hij had zich al sedert begin 1942 laten inschrijven als tuinman bij Enghuizen)
zoowaar gisterenavond een telegram, dat hij twee maanden uitstel had wegens
arbeid in de land- en tuinbouw. Groote vreugde natuurlijk in het gezin. Als hij
nu ook nog eens het geluk had dat er een invasie kwam voor 1 November, dan zou
het kunnen zijn, dat hij het er voorgoed afbracht.
De
invasie, ja wat wordt daar al niet over gepraat, over geprofeteerd en van
gehoopt. Sommigen die het meenen te weten, verwachten via de Duitsche bocht
recht op Berlijn aan. Als dit gebeurt, zouden ze lekker om de zoo versterkte
kust heen draaien en boven om Groningen heen in Duitschland vallen. Een
veronderstelling die groote mogelijkheden in zich bergt als ze konden komen met
een groote overmacht aan menschen, tanks en vliegtuigen.
Vorige
week, in de nacht van Donderdag op Vrijdag, is een sterke formatie Engelsche
bommenwerpers naar Kassel, in 't hartje van Duitschland, geweest. Ze hebben
daarbij dertig toestellen verloren. 't Was bij ons één gebrom van
overtrekkende vliegtuigen. Over Varssel en Noordink kwam een Engelsche
bommenwerper 's nachts om twee uur heel laag over huizen en boomen vliegen: twee
Duitsche jagers zaten er vlak boven. 't Was een schieten over en weer van
belang. 't Is een wonder, dat de groepjes menschen die bij de boerderijen
stonden, nog geen mitrailleurkogels hebben mee gekregen. Bij Herman Lebbink aan
de Ruurlosche weg waren fietsen stuk geschoten in de schuur. Bij Tjoonk aan de
Vordensche weg was een melkbus doorschoten op meerdere plaatsen en een paard in
de weide kreeg een schampschot aan de poot.
Dezelfde
nacht liepen vijf moffen omstreeks twee uur door het dorp brallend als
bezetenen. Naar we later hoorden, het stelletje dat de laatst gevallen Engelsche
bommenwerper moest opruimen. Daar waren ze mee klaar, waren goed dronken en
maakten een burengerucht waarvoor ieder ander direct opgepakt zou zijn, alleen
dat Herrenvolk mag dat.
Heden
hebben we voor 't eerst wat aardewerk aangekregen op punten. 't Is niet veel en
het zal nog wel moeite kosten een en ander zoo goed mogelijk te verdelen zonder
ruzie met de klanten. Met geld wordt op 't ogenblik, vooral door vele jonge
mensen, gegooid. Willem wil zijn tabakskaart verkopen, hij meent er dertig
gulden voor te kunnen krijgen. Ik denk er sterk aan om mijn tabakskaart ook te
verkoopen als er zulke gekken nog meer zijn. Ik verbouw zelf tabak, die is ook
best te rooken. Wat we tegenwoordig als tabak ontvangen op de bonnen is ook zoo
miserabel slecht, dat ik veel liever mijn eigen verbouw heb. Bovendien, zooveel
geld voor tabak ... Dan kan ik voor dat geld beter spek of vet zien te krijgen,
daar hebben we als gezin allemaal wat aan.
De
oogst komt dit jaar mooier droog binnen dan in 1941 en nu zijn de boeren druk om
zooveel mogelijk vóór te dorsen. Voor de dorsmachine komt en alles onder
controle komt. Wie een eigen dorsmachine heeft, moet deze verzegeld hebben, maar
de ouderwetsche dorsvlegel komt weer in eere. De oude kuiper Weg in het dorp
zegt: "Ik kan de vlegels niet zoo gauw klaar krijgen als ze gekocht worden.
Zoo gaat ie goed, laten ze zooveel mogelijk verdonkeremanen. Wij krijgen er geen
stukje brood meer of minder om, alles gaat toch over de streep."
25
September 1942.
Wat
zal ik schrijven? Alles draait nog zoo als altijd, alleen de wetten worden nog
steeds scherper. Nu krijg je fl. 150,= boete en drie dagen lichtafsluiten als ze
je licht 's avonds ook maar iets kunnen zien. Uitstralen hoeft nog niet eens,
als er maar licht is te zien door een spleetje achter gordijn of venster is dat
al voldoende als er net zoo'n wettische snuiter langs komt om je te
verbaliseeren.
7
October 1942.
De
Joden worden stelselmatig allen weggehaald. Vorige week zijn hier ook nog weg
gegaan Cohen en de oude Meyer. Men zegt naar een werkkamp in Drenthe, maar
anderen noemen dat maar een doorgangshuis. Ze worden volgens zeggen vandaar
meestal naar Duitschland vervoerd of naar Polen en wat gebeurt er dan mee? Aron
Meyer is deze week op een nacht plotseling verdwenen, maar waar moeten ze zich
verbergen? Buurman Löwenhardt verwacht ook dat hij gauw weg zal moeten met zijn
gezin. 't Is in één woord vreeselijk. Hoe laf en klein de moffen zijn bleek
weer eens toen Zondag voor een week 's avonds ongeveer half zeven een stelletje
moffen met een auto kwam en de Julianaboom (voor 't huis van Arnold op het
marktplein) ging omver halen. Met z'n twaalven, verklaarden ooggetuigen, hadden
ze het boompje opzij gehaald en toen zoolang rond gelopen tot het stammetje het
een voet boven de grond opgaf. Toch hadden ze 't nog met de bajonet moeten
afzagen (Oranje stammen zijn taai). Toen hadden ze met hun vijftien of achttien
man (aangevuurd door een bevelhebber, dus wel officieel) het boompje op een
wagen geladen en waren weggereden. Hoogstaand, dapper Herrenvolk. Ik kwam er de
volgende morgen langs en zag een bos bloemen naast het stompje van de stam op de
grond liggen. Een bosje goudsbloemen lag op het stompje van de stam. Dat hadden
Hengelosche burgers 's nachts gedaan.
15
November 1942.
Inderdaad
is er een kentering op het oorlogsterrein gekomen ten gunste van de
geallieerden. Vrijdag voor een week zijn er Engelse en hoofdzakelijk
Amerikaansche troepen geland in Fransch Noord-Afrika, o.a. in Marokko en
Algiers. Dus toch iets dat op een tweede front lijkt, al hadden wij, in onze
gedachten hierover, meer aan een landing aan de Noordzeekust gedacht. 140.000
man zijn er in 24 uur geland met 500 transport- en 350 oorlogsschepen. Ze hebben
in bovengenoemde plaatsen niet zoo erg veel tegenstand ondervonden. Nu gaat
het naar Tunis met het doel Rommels leger in de rug aan te vallen. Daar zal het
nog wel hard gaan, want de as voert daar zooveel mogelijk troepen aan om dit te
beletten. 't Is een volkomen verrassing voor de Duitschers geweest. We zijn nu
zoo ver dat Hitler zich moet regelen met zijn strategie naar de geallieerden.
Hij pochte altijd dat hij de toon aangaf. Als de Amerikanen en Engelschen het
voor elkaar kunnen krijgen, willen ze natuurlijk de macht in de Middellandsche
Zee voorgoed in handen zien te krijgen en dan rechtstreeks met Italië
afrekenen. Gelukt dit dan staat Duitschland alleen. We kunnen nu misschien in
1943 een volgende invasie verwachten in Europa. Als die komt moeten ze zoolang
wachten tot ze volkomen zekerheid hebben van slagen.
1
Januari 1943.
We
hebben weer oudejaarsavond gehad, stiller dan ooit. We zaten bij elkaar maar
Gerda lag te bed als altijd, ze ligt nu al vijftien maanden. Het tradioneele
"koeken" had niet veel om 't lijf; er is geen meel meer, geen olie,
geen krenten, geen kruiden. We hebben voor ruim een maand een varken gekregen.
Het woog ongeveer 250 pond en kostte "maar" fl. 200,=, nog goedkoop
naar de prijs van heden. 't Groeit best. We moeten er telkens op uit voor rogge
en moeten daar dan meel van zien te krijgen. Dat wordt met de dag moeilijker; de
molenaars krijgen ze achter mekaar met te veel rogge in huis en onderweg is het
ook gevaarlijk met het vervoer. De levensmiddelen in de smokkelhandel worden
steeds duurder. Spek is bij de boeren niet meer los te krijgen. Ik heb met
Sinterklaas nog een half pond goede tabak gekregen van Reinard en Mien. Daar was
ik nog rijk mee, maar je doet er niet zoo lang mee en de eigenverbouw smaakt
slecht, die heb ik niet rijp gekregen. In de groote steden betalen ze 65 cent
voor één ei. Vorige week was er nog een boer bij ons met een splinternieuwe
eersteklas fiets met vooroorlogse witte banden. Die had hij gekocht voor negen
mud rogge.
Met
oudejaarsavond hebben we bijna geen schoten gehoord. De jongens hebben nog iets
vuurwerk afgeschoten om twaalf uur. Het dorp lag overigens uitgestorven. We
mochten nog niet eens amorces voor de kinderen verkopen, daar zijn de moffen nog
bang voor. We mochten hen er eens mee doodschieten. Ze zingen op 't ogenblik al
wel een toontje lager, ze krijgen flink klappen van de Russen. Stalingrad hebben
ze nog niet, integendeel, ze zijn al uit verschillende wijken weer
teruggeslagen. Algemeen wordt er over gesproken, dat de moffen het in 1943
zullen moeten opgeven. 't Is te hopen, want de terreur in alle overweldigde
landen gaat door. President Roosevelt heeft een optimistische rede gehouden: in
1943 zal er heel wat gebeuren, hoe en waar is niet te zeggen maar op 't
onverwachts zal Duitschland getroffen worden, een tweede front komt in 't
westen. Duitsch wist: als het in 1942 niet gewonnen had, dat het dan verloren
was.
7
Januari 1943.
Vorige
week zijn Engelsche bommenwerpers drie maal naar 't Roergebied geweest.
Hedenavond 7.25 uur weer golven bommenwerpers richting Roergebied. Dat is dan de
vierde keer in een week tijds. Half acht werd er hier een bommenwerper aangeschoten
door Duitsche jagers. Hevig brandend stortte het ongeveer richting Zutphen
neer. Toen het al lag, ontploften nog bommen. 't Was hier zoo licht ervan
of het heldere maan was.
27
Januari 1943.
Gisteren
noq weer 6 m3 eiken stompen gekregen voor brandhout, geruild met twee
blauwe eenheids-fietsbanden. Ons varken groeit best maar we moeten er telkens 's
avonds op uit voor voerrogge.
De
Joden gaan nog steeds meer weg. De Nazi's willen die nu wel totaal opruimen, dat
is aan alles te merken. Buurman Löwenhardt is er nog, tot hoelang nog?
Gisteren
heb ik de klokken bezien die uit de torens zijn gehaald. Alle klokken worden
weggehaald voor Duitschland. Eergisteren zijn ze in Doetinchem en Keijenborg er
uitgehaald. In de grote toren hier in Hengelo is er nog één blijven hangen, de
oudheidkundige vereniging heeft bereikt dat die voorlopig nog kan blijven
hangen. De andere stond gisteren op de vloer onder de toren. Ze is 1,10 m. hoog
en ongeveer 1,05 m. in doorsnee. Ze is gegoten in begin 1400. Dat staat er op.
Verder staat er in 't latijn op: Wanneer ik geluid wordt, zoo luister, ik roep U
tot de vreugden des levens. Thonnis Vlerr ende Gherrit van der Voerst,
Karruiristers.
Zoo
wordt Nederland uitgeplunderd; materiaal, levensmiddelen, alle mogelijke
artikelen gaan weg en de mensen voor werk in Duitschland.
Die
Engelsche bommenwerper waar ik de vorige keer van schreef is even voorbij Vorden
gevallen. Bij het oude tolhuis, links aan de zandweg naar Hackfort. Zeven
piloten zijn Zondag voor een week te Vorden begraven.
2
Februari 1943.
Najaar
1942 bulkte Hitler: "Stalingrad zal vallen, geen macht ter wereld zal dat
kunnen beletten." Welnu Stalingrad is heden gevallen. Maar niet in handen
van Hitler en zijn bende, maar de Russen hebben het volledig teruggenomen. De
laatste Duitsche soldaten met officieren hebben zich heden overgegeven. Het
ingesloten leger had aanvankelijk 330.000 man. Hiervan zijn er in totaal 91.000
krijgsgevangen gemaakt, waaronder 24 generaals en 2500 officieren. De overige
239.000 zijn, behoudens weinige officieren die per vliegtuig zijn gaan vluchten,
allen in de dood gejaagd voor een verloren zaak. Alleen ter wille van een Hitler,
om het "heldendom" van zijn soldaten te "vereeuwigen".
In
de afgelopen nacht hebben ze in Keulen weer kunnen profiteren. In 20 minuten
tijds zijn daar duizenden brandbommen en 100 bommen van elk 2000 kilo naar
beneden geworpen.
Vandaag
zijn in Hengelo een kleine honderd geëvacueerden uit Den Haag ondergebracht bij
de burgers, maar meest bij de boeren. Twee weken geleden heb ik al mijn bonnen
voor tabak ingeleverd, maar tabak is niet voorradig. 't Laatste wat ik heb
ontvangen was een kwart ons. Hanna heeft ons eens verdeeld op het bord hoeveel
vlees we zouden krijgen als we het met de bonnen moesten doen. Dat was een stuk
zo groot als een kleine walnoot. Daarbij is dan inbegrepen vet en been, maar
gelukkig hebben we nog de gelegenheid gehad om ons zelf te voorzien. Vlees en
spek hebben we hier nog weinig minder gehad dan vóór de oorlog en vet hebben
we nog ruim voldoende in de pot. Maar voor de arme lui in de groote steden is
het toch heel erg.
9
Februari 1943.
Vorige
week Woensdagavond heeft een Tommi vliegmachine honderden brandbommen laten
vallen vanaf Bekveld tot in de Toldijk. Op stukken grond van een halve hectare
zijn er meer dan 150 gevonden. Gelukkig weinig ongelukken veroorzaakt; alleen
een schuur van Hagen in de Toldijk is er door afgebrand en een paard in die
schuur werd aan de kop verwond. Een uur in 't ronde was het er lichter van dan
volle maan.
Clandestiene
waren worden nog steeds duurder. In de buurt van Didam verkocht een boer een
varken voor fl. 3000,=. Iemand, niet ver van hier, verkocht twee flinke hammen
voor fl. 850,=. Wij hebben nog weer een mud rogge gekregen, heel billijk, voor
fl. 17,50. We hebben die boer ook nog iets verkocht wat niet meer te krijgen
was, de eene dienst is de andere waard. Een werkman op de Keijenborg die een
groot gezin heeft en dus veel mag slachten, heeft een zeug vet gemaakt van 600
pond ruw gewicht. Hiervan kon hij afleveren 100 pond voor fl. 16,= per pond, dus
fl. 1600,=. De man kan al zijn losse schulden afdoen en dan houdt hij nog flink
wat spek en vlees voor zichzelf over.
20
Maart 1943.
Hedenmorgen
ontving Willem een oproep voor de keuring voor tewerkstelling in Duitschland.
Hij is al vier weken ziek en onder doktersbehandeling. Hij heeft nu een goede
reden waarom hij niet kan gaan. Als hij gezond was geweest, had hij er toch geen
plan op. Hij had altijd al plan, al het zover was, om ergens naar toe te gaan en
tijdelijk te verdwijnen, maar niet naar Duitschland. Onze knecht, Bertus
Goossens, moet ook weg, maar die duikt ook onder evenals vele anderen die er
voor passen om naar Duitschland te gaan. Zoo ben ik nu alleen en de werkplaats
is gesloten. Alleen de winkel houden we nog zoo'n beetje gaande.
Vrijdagavond
zijn de Engelsche bommenwerpers overgekomen naar 't Roergebied en naar Duisburg.
Maar nog nooit zijn er zooveel bommen gevallen als die avond. In Warnsveld
werd een hotel geraakt, waarin een kind verbrand is.
In
de Tooverstraat weer bommen bij Borgman, in de Lankhorsterstraat bij Kok. In
Doetinchem bij 't Zelhemmerend op de Wittebrink een boerderij afgebrand, in
Gaanderen vele gewonden en 10 of 12 doden. Bij ons in Varssel het huis getroffen
van Stoltenborg. 't Heele huis tegen de vlakte, de schuur door brandbommen
afgebrand. De man zelf en drie kinderen dood. Verder de vrouw, de grootmoeder en
een kind gewond naar 't ziekenhuis. (Later bijgeschreven: de grootmoeder ook
overleden.) Die 't gezien hebben zeggen: " 't Is ongelooflijk, zoo plat als
zoo'n huis door elkaar geslagen is." Wat een ellende. 't Electrisch licht
kapot, batterijen zijn er niet, met een kaars of lucifer zoeken in de ruïne
naar de menschen. Ook alle vee en paarden dood. Waarom laten ze die bommen zoo
lukraak vallen, terwijl van schieten of gevechten in de lucht niets werd
vernomen.
19
April 1943.
Prachtig
voorjaar, zoo heugt het niemand. Alle bomen in volle bloei, gras overal in
overvloed, dat is het mooie van voorjaar 1943.
Verder
niets dan misère. Bomaanvallen duren voort. Vrijdag voor een week twee huizen
afgebrand in de Toldijk (Arendsen en Hanskamp). Twee huizen in elkaar, staan nog
op instorten (wed. Besselink en Zwienink) door brisantbommen. Bij Jansen (Teupen)
achter in de Reigersvoortsche hoek, het huis totaal verbrand met alle vee. Zelfs
het geld van de mensen nog verbrand. Verder vele branden in Zelhem, Velswijk,
enz. Schuilkelders worden met koortsachtige haast gebouwd. Bijna geen huis
zonder schuilkelder meer, de meesten in de tuinen bij de huizen. Sommige buren
doen samen. Wij gaan in de kelder onder de werkplaats. Ik heb er spijlen
uitgezaagd, zo dat we er zo nodig uit kunnen als tenminste niet alles dicht
valt. Er is grote schrik voor de nachten als de zwermen bommenwerpers overkomen
naar Duitschland.
Willem
heeft de afgeloopen week de tweede oproep gekregen voor werken in Duitsland. Om
hem lekker te maken was er nu nog werk dicht bij de Hollandsche grens, maar hij
is nog ziek. Bijna zeggen we: gelukkig.
29
Mei 1943.
Er
is weer heel wat gebeurd de laatste weken. Zondagnacht voor 14 dagen hebben de
Engelschen twee van de grootste stuwdammen van Duitschland stuk gegooid met hun
bommen. Een groote overstroming is daarvan het gevolg geweest. Spoorwegen,
bruggen en electrische centrales zijn weggespoeld. Vele mensen zijn verdronken,
ook Hollanders die daar werkten, o.a. hier uit Hengelo Sanders, een koperslager.
Van
4 tot 10 Juni moeten nu ook alle radio's worden ingeleverd. We mogen niets
meer horen dan wat de kranten schrijven. En wat dat is, hoeft U niet te vragen.
Maar
er zijn veel ergere dingen. Systematisch worden alle mannen opgeroepen en
weggehaald.
Elke dag nieuwe lichtingen voor de z.g. arbeidsinzet en voor terugvoering in
krijgsgevangenschap.
Krantenbericht
van 4 Juni 1943: In de avonduren van den derden Juni werd in zijn woning de
vroegere Minister van Landbouw Dr. F.E. Posthuma door revolverschoten zoo zwaar
gewond, dat hij onmiddellijk na den aanslag stierf.
Bovenstaande
gebeurde op 3 Juni (Hemelvaartsdag) op de Viersprong, een boerderij tussen
Hengelo en Ruurlo. Bij de vorige wereldoorlog was hij Minister van Landbouw, nu
hield hij het met de nieuwe orde. Was door Mussert benoemd in zijn kring van
medebestuurders, die regeeren bij de gratie van de moffen.
Allemaal
stroopoppen. Mussert heeft een grote krans naar de Viersprong gebracht, schoon mevr. Posthuma zich had uitgelaten dat ze daar niet erg mee vereerd was. Zij
schijnt niet zoo erg te hebben meegelopen met de landverraders. Zij wilde ook
haar man door de boeren uit de buurt laten begraven. Niet door de N.S.B.-ers in
't zwarte pak, wat dezen zeker wat graag voor reclame zouden gedaan hebben.
Dinsdag
15 Juni 1943, daags na Pinksteren.
De
radiotoestellen zijn ingeleverd, maar naar je kunt hooren lang niet allemaal.
Ieder keer hoor je weer van menschen die het vertikt hebben. In Toldijk aan de
Hoogstraat hadden ze ook afgesproken niet in te leveren, maar toen het er de
laatste middag al op aan kwam, brachten ze het toestel toch een voor een weg.
Alleen H.M. Eskes zeide: "Ik heb eenmaal afgesproken niet in te leveren.
Als ze het apparaat hebben willen, moeten ze het maar halen. Ikzelf heb het er
maar op gewaagd een oud toestel in te leveren, het goede heb ik zogenaamd al
lang geleden verkocht. Laten ze maar eens zien wat ze doen, al hoor ik
er misschien nog wel meer van. Want alle radiohandelaaren moesten op de
proppen komen met de lijst waaraan en welke toestellen ze de laatste jaren
hadden verkocht. Bij de meesten was de lijst zoek, alleen één N.S.B.-er heeft
de lijst op het Gemeentehuis gebracht. Daar heb ik ook van gekocht, dus is
er nog kans, dat ze bij mij komen navissen. Maar ze vinden het nooit.
Ondertusschen
wordt het in de steden steeds erger. 't Magere vleesrantsoen is nog weer eens
ingekrompen. Ik rook nu surrogaat tabak (gemaakt van zuivere inlandse
bladeren staat er op het pakje). Intusschen blijf je er zooveel mogelijk mee in
de vrije lucht, want er wordt al gesproken van vrouwen die bewusteloos dreigen
te worden als je dat goedje in de kamer rookt.
't
Wordt nu moeilijker om de goede berichten te krijgen van het oorlogsgebeuren,
maar het sijpelt toch wel door. Daarvoor zijn er nog radio's genoeg. Een mooie
grap voor deze dagen: In Vorden hadden de Engelschen pakjes haver naar beneden
gegooid met een briefje eraan: voor de ezels die hun radiotoestel hebben
ingeleverd.
29
Juli 1943.
Er
komt tekening in het wereldgebeuren. Maandagmorgen kwam het verrassende bericht:
Mussolini is afgetreden. De koning met een 72-jarige Generaal heeft het bewind
overgenomen. Men knoopt hier groote verwachtingen aan vast. Nu Hitler nog, zegt
men, dan zijn we van de geweldhebbers af. Zeker is dat dit een gevoelige klap is
voor de as.
Elke
avond komen de buren overal bij elkaar. "Het gaat goed," zegt men
algemeen. De Duitschers in Rusland doen niet meer dan "afweerslagen"
leveren, de geallieerden zitten in Sicilië, Mussolini is afgetreden, allemaal
dingen waar men veel van verwacht. Ikzelf verwacht het meeste van politieke
gebeurtenissen. Als het militair beslist moet worden, duurt het nog lang.
Hoelang moet het nog duren als een invasie niet sneller opschiet. Of het mag
politiek zijn van de geallieerden die meenen dat ze, zonder groote verliezen,
het langs diplomatieke weg te kunnen winnen.
Wat
zal ik nog meer schrijven op 't oogenblik? Ik schei er uit. De surrogaat in de
pijp stinkt bar en brandt op de tong. Ik leg het boek en de pijp maar eens weg.
26
Augustus 1943.
Charkov,
dat de laatste dagen was "opgenomen in de elastische afweerslag", is
nu voor een paar dagen "volgens de plannen" ontruimd. Ja, die
uitdrukking om een nederlaag goed te praten, vindt navolging. Twee N.S.B.-ers
hadden samen een tabaksplantage in de tuin van één van hen aan de
Spalstraat. Verloopen week hebben ze daar een flinke partij tabak weggehaald,
daders onbekend. Alleen vond men een briefje in de tabaksplanten: "Volgens
de plannen ontruimd."
Op
Siblec zaten een paar Fransche deserteurs in 't bosch. Een jonge N.S.B.-er was
zoo gemeen deze aan de Duitschers over te leveren. N.S.B.-praktijken, die arme
kerels. Wat hadden ze al wel niet meegemaakt. En dan verraden te worden door
zoo'n 18-jarige stommerik. Maar misschien dat hij de rekening nog wel
toegestuurd krijgt als er een omkeer komt.
5
September l943.
Vrijdagavond
overal in het dorp uitgezette posten om de jongens op te vangen die in de
jaren vallen voor de arbeidsinzet en die ondergedoken zijn. De oogst is, naar
we horen, heel schraal geweest. (Alle jongens waren gewaarschuwd.) Gerrit
hielden ze ook aan, maar die was nog te jong.
Gisteren
het gekochte varken ontvangen. Als alles meeloopt, krijgen we komende winter
weer metworst en spek. De ondergrondse voedselvoorziening werkt al weer
aardig. Deze week zag ik bij een boer dat ze bezig waren koolzaad te bewerken.
Laat ze maar hun gang gaan, dan krijgen de moffen tenminste al weer minder.
Nederland voedt zichzelf.
8
September 1943.
Sneller
dan we hadden durven denken, kwam het eerste grote debâcle voor de moffen.
Hedenavond kwart voor zeven kwam het bericht door de verboden zender: Italië
heeft gecapituleerd, heeft zich onvoorwaardelijk overgegeven aan de
geallieerden! Dát is een opluchting. Nu is de val van de hele Nazi-bende
nog slechts een kwestie van maanden, misschien van weken. Of klinkt dat te
optimistisch? Het einde van de zoo hechte, onverbreekbare As. Mussolini's val
was de eerste stoot. Die is nu Asvalt-fabrikant geworden. Hitler zou
volgens hardnekkige geruchten ernstig ziek zijn. Als het waar is, zal deze
gebeurtenis hem wel geen voordeel doen.
27
September l943.
Neen,
Hitler heeft nog niet opgegeven. Hij heeft zelfs nog een korte rede gehouden
voor de microfoon in zijn hoofdkwartier. Verder heeft hij Mussolini verlost uit
zijn gevangenschap. Dat is het eerste en enige waarop de moffen hebben kunnen
pochen in 1943. Al het andere is niets dan verlies, het heele jaar. Zoo gaan we
weer de winter tegen. Arme mensen in de steden.
Hier
buiten zal het nog wel gaan. Ons varken groeit goed en we hebben al weer 8 mud
aardappels ingekuild. We hebben ook nog tarwe in voorraad om zelf brood te
bakken.
5
October 1943.
De
terreur gaat door. Negentien jonge Nederlanders zijn vorige week
doodgeschoten, zogenaamde vergelding voor het doodschieten van Seyfart en
Posthuma. Zoo nu en dan worden er nogal eens onderduikers gegrepen. De
landverraders van de N.S.B. helpen trouw mee opsporen. Twee van die vuile kerels
hebben vorige week Woensdag een zoon van Momberg uit de Dunsborg op het land
gegrepen en 's nachts op het gemeentehuis in het arrestantenhok opgesloten.
Maar de andere morgen stonden de deuren open en Momberg was weg. Groote
vreugde bij alle Hengeloërs. Onze buurman Sminia keek lelijk op z'n neus,
want die was er verantwoordelijk voor.
Voor
enkele dagen kwam Sminia bij Hendrik Oldenhave en sommeerde de zoon die aan
het appels plukken was om uit de boom te komen. Hij kwam er ook uit, maar sprong
aan de andere kant over een heg en kwam weg.
14
October l943.
Bij
de tweede oproep (met de nodige dreigementen) zijn er nog weer veel radio's
ingeleverd. In Hengelo 19, in Vorden 65.
't
Is niet te begrijpen. Als ik bij de eerste oproep niet ingeleverd heb, doe ik
het nu ook niet. Zoo heb ik en velen met mij er over gedacht. De N.S.B.-ers zijn
wat minder provoceerend in hun optreden onder invloed van de Duitsche
nederlagen.
De laatste maand zijn er heel wat medewerkers aan ondergrondsche bladen
gevangen genomen, vooral in Nijmegen. Gelukkig dat de Nederlandsche politie
bijna allemaal goed is en zich dom houdt, anders kregen ze alle onderduikers
gemakkelijk te pakken.
9
Januari 1944.
We
hebben een doodsche Oudejaarsavond en Nieuwjaarsdag gehad. Heel Europa leeft in
spanning en Duitschland zoowel als de geallieerden verwachten de komende maanden
de beslissing.
Iedereen
hoopt op de invasie en iedereen is bang voor de vreeselijke verwoestingen die ze
zal brengen over de landen waar ze komt. Morgen moeten er weer velen opkomen
voor arbeidsdienst in Duitschland. Of ze gaan zullen? Er wordt weinig over
gepraat, maar men meent dat er weinigen zullen gaan.
A1
met al groote zorgen, zoowel in het gezin als in het land. Maar er zijn ook nog
lichtpunten waarvoor we dankbaar moeten zijn. We hebben nog eten, we slapen nog
warm, onze woning is nog ongeschonden en we zijn nog bij elkaar.
3
Maart 1944.
Heden,
Vrijdagmorgen, sneeuwt het al meer dan een half uur heel hard. Er ligt al een
flinke laag. 't Is goed dat in elk geval de lente op komst is. De winter kan ons
zooveel niet meer maken. Maar 't is toch nog koud en kolen hebben we al lang
niet meer, alleen nog iets in natte stompen en een paar turven.
Verder
gaat de terreur door. In de krant van donderdag (gisteren) staan weer 20 namen
van personen die dood geschoten zijn, zogenaamd wegens sabotage.
18
April 1944.
Afgelopen
nacht is razzia gehouden door moffen, Hollandsche S.S. en plaatselijke N.S.B..
Op de Keijenborg is Winkelman van het bed gelicht en meegenomen.
Een
zoon van Zessink uit Varssel bij 't Klooster wilde gaan loopen en is in de buik
geschoten. Zwaar gewond naar het ziekenhuis. Eerst leek het hoopeloos, latere
berichten vermelden nog hoop op herstel. Hij wordt in het ziekenhuis bewaakt
door moffen of handlangers. Als hij beter wordt, moet hij direct naar
Duitschland.
(Latere
toevoeging onder datum: Zoon van Klein Zessink is later toch uit het ziekenhuis
verdwenen, weggehaald. 4 Duitsche wagens met "S.S.". In
werkelijkheid waren het Hollanders die Klein Zessink bevrijd hebben.)
30
April 1944.
Zaterdag
29 April, 's avonds ongeveer half elf, razzia bij Maresch (feest van
voetballers). Er werd geschoten en men zocht de hof van de pastoor af met
zoeklichten. Eén persoon zagen we sluipen door de weide van juffrouw Bovenkerk.
Zoo gaat de terreur en jacht op mensen door. Twee dingen zijn er die erg
bedroevend zijn. Ten eerste: de moffen met hun vazallen konden niets gewaar
worden en dus ook niets bereiken als niet de Hollandsche boeven en plaatselijke
N.S.B. alles gingen aanbrengen en verraden. Alles wat er gebeurt, is op
aanwijzing van deze ploerten. Ten tweede: de jongens die het grootste gevaar
lopen, hebben dit vaak aan zichzelf te danken. Ze schijnen nog niets te
begrijpen van de ernst van de toestand. Ze spelen met hun leven. Vaak alleen
maar om feestjes, enz. te kunnen bijwonen. Zoo waren ze Zaterdagavond bij
Maresch ook voldoende gewaarschuwd, maar toch pret maken. Ze hadden daags een
nooduitgang gemaakt met een touw dat van de bovenverdieping afhing in de tuin
van Wolsink. Daarlangs konden ze dan weg komen, als het noodig was. Ze schijnen
daarbij ook geluk gehad te hebben, want de slavendrijvers hebben niets gekregen.
We
weten niet wat er nog wel komt. Voor Willem hebben we al maatregelen genomen,
voor eventueel eerste onheil. Ikzelf heb ook al eenige dagen elders in het hooi
geslapen.
1
Mei 1944.
Hedenmorgen
zijn alle telefoons afgesloten. We kunnen en weten zoo zoetjes aan niets meer.
Daar wil de mof ons hebben: een redeloos, dom kuddedier. Dan kunnen ze ons beter
naar hun hand zetten.
10
Mei 1944.
Vier
jaar van bezetting, overheersching en bruut geweld, zowel in maatschappelijke
als geestelijke zaken.
Wie
had Mei 1940 kunnen denken, dat we er over vier jaar zoo in zouden zitten. En
nog is het einde niet te zien.
Voor
ons gezin is er nog veel reden om te danken dat we tot heden nog onverlet bij
elkander zijn gebleven.
Juist
als ik eindigen wil, komt er een bericht van een onbekende, die het zelf van
de Engelsche zender gehoord had, dat Sebastopol, het laatste bolwerk van de
nazi's op De Krim, is gevallen.
22
Mei 1944.
Er
is heel wat gebeurd in Hengelo in één week. Komende nacht voor een week weer
een inval in Het Kervel. En een paar dagen daarna nog weer eens, voor de derde
keer. Nu niets gekregen. Verleden
Donderdag (Hemelvaart) 's nachts inval in koetshuis en kasteel 't Zelle. Drie
onderduikers meegenomen die in het koetshuis verblijf hielden. Van Vrijdag op
Zaterdag inval bij Frits Wansink, bij Cuppers en bij Boerman (bij 't Witte Paard).
Niets gekregen.
Op
Vrijdag 19 Mei overval in Hengelo op het Distributiebureau. Zeven mannen met
wapens, 's middags om half één, bijna niemand aanwezig. V.d. Pijl
(distributie-ambtenaar) was er wel en trapte op het alarmsignaal (tot zijn
spijt vertelde hij later). Toen kwam Sminia geloopen op het Gemeentehuis. Veel
over en weer geschoten, maar naar men zegt, hebben ze niet wat mee kunnen nemen.
De zeven mannen verdwenen in den Enk, richting Zelhem. 't Postkantoor zit vol
kogelgaten in het glas. Daar is Sminia neergeschoten die wegvluchtte en op 't
postkantoor wilde bellen om assistentie.
We
zijn op 't ogenblik blij als er weer een nacht voorbij is zonder onheilen.
Afgelopen
nacht veel overtrekken van vliegtuigen.
6
Juni 1944.
Invasie
in Noord-Frankrijk, eindelijk!!
's
Nachts omstreeks 12 uur (de nacht van 5 op 6 Juni) heeft men ongeveer 10.000 ton
bommen laten vallen op de kustverdediging van de moffen, de onneembare
Atlantik-wall. In de morgenuren beukten 4000 schepen hun geschut af op
de Duitsche versterkingen. Toen, voorafgegaan door 200 mijnenvegers, zijn de
troepen geland. Een geweldige schok gaat door het heele land nu eindelijk een
groot opgezette landing plaats vindt.
8
Juni 1944.
Gisteren
waren de Duitsche berichten van dien aard dat het scheen of de invasie nog kans
had van mislukken. Maar hedenmorgen zeggen de Duitsche berichten zelf dat de
geallieerden wel vasten voet gekregen hebben, hun bruggehoofden verbreden en
dat de stad Caen in het bruggehoofd is opgenomen.
Zoover
wij kunnen nagaan, lijkt het er op dat de invasie op dit punt niet weer ongedaan
zal worden gemaakt. Integendeel: 't lijkt of ze geslaagd is en goede kansen voor
uitbreiding heeft. Vele divisies parachutisten zijn ook neergelaten, ook veel
stroo-parachutisten (poppen) om de moffen te misleiden.
11
Juni 1944.
De
berichten uit het invasiegebied in Frankrijk zijn goed. Ze schijnen steeds meer
vasten voet te krijgen. Het aanvoeren van landingstroepen en materiaal gaat
geregeld door. We snuffelen de heele dag naar meerdere berichten, er gaan
behalve feiten ook de wildste geruchten.
18
Juni 1944.
De
moffen zijn sinds een paar dagen met het "Geheime wapen" op de proppen
gekomen. Gevleugelde projectielen moeten het zijn die onbemand kunnen vliegen en
bestuurd worden. Volgens de berichten zijn de laatste nachten er eenige
honderden naar Engeland gestuurd en daar zijn ze neergevallen. Wat dit worden
moet weten we nog niet, maar er is in elk geval veel sensatie. Bij de moffen
hebben ze een jaar lang niets meer aan hun volk kunnen vertellen dan de
ontvoering van Mussolini. Ze hebben het hard nodig, dat er wat reclame gemaakt
wordt.
9
Juli 1944.
De
smerige landwacht wordt er niet feller op, maar Zondagnacht voor een week zijn ze
nog bij Harmsen, molenaar Bekveld en bij Ellenkamp, Bekveld geweest. Zogenaamd
om radio's en onderduikers te zoeken. Naar men zegt, had Sminia de leiding.
De
invasie in 't westen gaat langzaam vooruit. De bombardementen op Duitschland
gaan onverzwakt door. Vrijdag waren ze nog met 1400 machines boven Duitschland
geweest en hadden er maar 40 verloren. In Rusland gaat het met snelle opmarschen
op de Oostzee aan. In Italië trekken de moffen ook regelmatig terug.
A1
met al komt er flink teekening in de toestand, zoodat het misschien nog maanden
of een half jaar kan duren. Maar ook zijn er teekenen (de Generaalswisseling, de
vele "gesneuvelde" generaals en wat er zoo verder uitlekt) dat het
ook een keer plotseling in elkaar kan zakken.
20
Juli 1944.
Hedenavond
bericht van een aanslag op Hitler in het hoofdkwartier. Hij zelf was licht
gewond en eenige officieren zwaar gewond. Het was een aanslag met dynamiet
geweest.
21
Juli 1944.
Heden
bericht van een militaire putsch in Duitschland met aan het hoofd oude afgezette
generaals. De Duitsche radio heeft er zelf over gesproken en gezegd dat het de
kop was ingedrukt. Al met al: het begint te kraken in Moffrica! Moge het spoedig
krakend in elkaar storten.
26
Juli 1944.
Eergisteren
naar onze buurman Löwenhardt en zijn vrouw geweest. Ze maken het nog goed.
Hij vooral, maar het verlangen naar het einde is zeer groot. Vandaag hen een
taart gezonden, want morgen zijn ze 12½ jaar getrouwd.
Gisteren
is het begonnen, dat in heel Nederland alle burgers om tien uur van de straat
moeten zijn. Als het straks vroeger donker wordt, moeten we ook vroeger binnen
blijven. Ja, ja, de kinderen moeten vroeg naar bed.
Zondag
30 Juli 1944.
Vannacht
hebben we zelf ook de eer gehad van een bezoek van de zwarte N.S.B.-bende. Dat
was nogal een consternatie. Om vier uur vanmorgen kwam Willem mij wakker
schudden en zeide: "Vader, ik geloof dat ze nu hier komen. Er is een
troep volk voor de deur." Ik wist eerst door de slaap niet goed wat er
gaande was. Maar we schoven in het donker naar beneden. Willem moest voor alle
zekerheid in het hok. We hadden geen zaklamp en toen was het zoeken om de
sluiting te vinden. Maar hij kwam er toch in. Ondertusschen was het één lawaai
van bellen en op de voordeur bonken. Toen ik ze binnenliet en vroeg wat ze
eigenlijk zochten, zeiden ze: "Van alles." Ze hebben het heele huis
doorzocht
van boven naar beneden, maar lekker niets gevonden. Blijkbaar was hun doel:
radio en herenrijwielen. Ze zijn overal in geweest behalve waar we ze heelemaal
niet konden hebben. Anderhalf uur zijn ze aan het zoeken geweest. Zes man en
Bakker waren binnen. Sommigen hadden het jachtgeweer aan de nek. Jammer van die
mooie dubbelloops jachtgeweertjes.
Diezelfde
nacht zijn ze ook bij Berend Harmsen op Bruil en bijRiefel op Fokkink geweest.
Met
de oorlog gaat het goed. Overal voortgang der geallieerden en "distancieëring"
en "frontverkorting" van de moffen.
Deze
week weer een lijst van 24 personen die doodgeschoten zijn. Wat een kerels zijn
dat toch, tegenover zooveel lafheid enkruiperigheid van talloozen om ons heen.
15
Augustus 1944.
Deze
week was op de brievenbus in de Spalstraat een gedrukt briefje geplakt met een
witte vlag op een donker veld. Er boven stond: "Das einzige neue Waffen das
Deutschland retten kann."
Helaas
is mijn boek vol voor dat de oorlog ten einde is, dus moet ik nog aan een tweede
beginnen.
31
Augustus 1944.
Het
tweede boek begin ik heden op de verjaardag van Koningin Wilhelmina, die zich
nog steeds in Engeland bevindt. Hoe lang nog? 't Is kwart over tien en omdat we
om tien uur binnen moeten zijn, zit ik nog even in de kamer te lezen. De
anderen zijn al boven. Daar komt Willem weer onder en zegt: "Er zijn vast
ook weer landwachters op pad. Wat het is, weet ik niet, maar ik hoorde juist een
schot. En nu gingen er twee met een geweer aan de nek naar Sminia." Ik ging
mee naar boven en zag die twee weer terugkoomen in de richting van het Rusthuis.
Denkelijk Sminia kwam hen achterop en na een paar woorden gewisseld te hebben,
reed hij hen voorbij. t Is onrustig, elk oogenblik leef je onder hoop en vrees
en zorgen voor de nacht. Misschien moet er hedennacht weer worden ingebroken
door de zwarte bende.
1
September 1944.
Tot
mijn ontzetting hoor ik, dat ze Jo Vennegoor uit de Banninkstraat
gisterenavond omstreeks twintig over tien hebben doodgeschoten, vlak bij zijn
huis. Daar ril je even van en je weet niet wat je hoort. Het heele dorp is
verslagen. Overal staan kleine groepjes schuw rondkijkend met elkaar te
mompelen.
Vier N.S.B.-ers uit Hengelo zijn daar bij geweest, voor zoover bekend. Ook
spreekt men nog van een vijfde persoon. Maar alles is zoo geheimzinnig, niemand
weet met zekerheid de juiste toedracht. Dan dringt het nog weer eens opnieuw tot
je door aan welk een beestenbende we op het oogenblik zijn overgeleverd. Zoo'n
moord (want dat is het) vlak bij je, daar ben je de heele dag van onder de
indruk.
Hoe
het zich eigenlijk heeft toegedragen? Voor zoover er wat van bekend is, heeft
het zich als volgt afgespeeld: ongeveer kwart over tien (dus nadat we van de
straat moeten zijn) komt Sueters Sr. uit de Rozenhoflaan naar zijn huis; hij
merkt niets op de weg. Jo Vennegoor was bij Seuters thuis, hij had verkeering
met een dochter van Seuters. Toen de anderen thuis waren ging hij weg. Zijn huis
staat aan de overzijde van de straat, één huis verder naar links. 't Was maar
dwars de straat over, dan was hij bij zijn huis. Voor alle zekerheid ging hij
meestal dwars de weg over, achter het huis van Niesink om, naar zijn woning.
Ook nu wilde hij dit doen maar juist toen hij buiten kwam was de landwacht met
hun jachtgeweren aanwezig. Zij hielden hem aan. Men vermoedt dat ze in
hinderlaag op hem gewacht hebben omdat een minuut tevoren de anderen niemand
gezien hebben. Ze vroegen hem naar zijn persoonsbewijs, maar hij is niet
genegen dit te toonen. Hij komt daar even dwars over de straat. De landwachters
kennen hem allemaal (lichte maan). Vennegoor vindt de onzin te groot om hém nog
naar het persoonsbewijs te vragen. Ze krijgen woorden en, volgens de lezing
van sommigen, zijn er een paar stompen uitgedeeld. Verbeeld je: van een van de
zwarten was de pijp gebroken in zijn borstzak door een stomp van Vennegoor. Toen
zou hij dwars over de straat langs het huis van Niesink zijn gaan loopen. Bij
het huis van Hent Niesink kreeg hij een schot hagel in de rug. 't Schijnt dat
hij nog tot achter het huis is gestrompeld, daar bleef hij liggen kermen.
Sueters, Niesink en de zusters van Vennegoor hadden het rumoer en het schieten
gehoord en wilden er meer van weten. Maar als ze in de deur komen
schreeuwt men hen toe: binnenblijven of jullie krijgen ook een schot.
Stel je voor: zijn zusters hooren hun broer jammeren, maar moeten binnen
blijven. 't Schijnt dat toen twee van de landwachters kalm naar Sminia, 't
hoofd van de politie, zijn gegaan. Die kwamen bij ons langs. Naar de dokter zijn
ze nog niet eens gegaan, die woont juist naast Sminia. Toen ze hem op een ladder
thuis brachten hebben de zusters van Vennegoor de dokter gebeld. Toen die kwam
leefde hij nog, maar er was geen redding meer. Voor zoover bekend is heeft het
zich ongeveer zoo toegedragen. Mogelijk komen later nog juistere berichten
omtrent de ware toedracht.
4
September 1944.
Hedenmorgen
Jo Vennegoor begraven. Naar schatting meer dan 800 menschen gingen mee achter de
baar. Een drietal kransen en een paar groote kransen werden vooraf gedragen. Dat
zoo'n man nog juist moest vallen, aan de vooravond der bevrijding, zoover wij
kunnen zien.
Hedenavond
is er een ondergronds bericht dat de smerige zwarte landwacht hedennacht wil
vertrekken en eenige burgers als gijzelaars wil meenemen. We kunnen het nog niet
geloven maar toch is Willem al weg naar "Het Broek". Thuis vinden ze
het beter dat Gerrit en ik ook niet thuis slaapen. Zoo pakken we dan een paar
dekens, een cape en een wekker onder de arm en schuiven achter de tuin door naar
de schuur van 't Rusthuis. Daar klimmen we door een raampje naar binnen en
trachten in het donker een plaatsje te vinden om te slaapen. Gerrit maakt me om
12 uur wakker en zegt: ze schieten ook in het dorp. Er zijn gisteren een partij
moffen in 't dorp gekomen, daar zal het wel vandaan komen.
5
September 1944.
Vanmorgen
half zes van ons slaaphol naar huis gesloopen, er is vannacht gelukkig niets
gebeurd. Hedenmiddag hebben we een vergadering bij ons in de voorkamer
betreffende maatregelen over eventueele evacuatie uit Hengelo. Daar wacht ons
een verrassing: op een gegeven oogenblik komt er een heele karavaan
landverhuizers voorbij trekken. We kunnen onze oogen niet gelooven. Is het
mogelijk, bedriegen ze ons niet? Neen, het is toch zoo: daar komen ze aan, de
vuile bende. Voor enkele weken en zelfs voor enkele dagen verspreidden ze nog
schrik door hun nachtelijke inbraken in rustige woningen. Zij die Vennegoor
doodschoten, diezelfde bende komt nu over de Kastanjelaan op Duitschland aan.
Daar gaan ze, de landverraders, hun rijk leeft uit, naar het schijnt en nu
willen ze zich opbergen. "De uittocht uit Egypte naar het beloofde
land" zei Willem. Dan weet je toch niet goed wat je meemaakt. Dat ze zoo
gaan deserteeren is toch wel een
bewijs dat het ernst wordt met de bevrijding. Enkelen zijn er, naar verteld
wordt, nog gebleven. Eén heeft er nog de naam van zijn voordeur afgekrabd, maar
we weten toch wel waar hij woont.
6
September 1944.
Vannacht
rustig geweest, alleen gerammel van deuren en ramen door verwijderde bommen. Er
gaan geruchten van bezetting van de haven van Rotterdam door parachutisten. Maar
er is geen bevestiging van. Men weet bij gerucht alles, maar met zekerheid
niet veel. Eenige wagens zijn sinds een paar dagen in Hengelo. De scholen zijn
ontruimd en de hotels gevorderd. Daar zitten ze nu in. Men zegt dat de moffen
op hun terugweg van alles meeneemen. Ook is er paarden- en veelevering,
maar er komt niets, naar men zegt.
Vorige
week kwamen ze de vergunning weer opvorderen voor mijn huisslachtingsvarken,
maar ik heb die niet afgegeven. Ik ben niet van plan, als het anders kan, dat
mooie varken door Hitler en consorten te laten opvreten. Als het er op aan komt,
zal ik er allicht een noodslachting van kunnen maken.
9
September 1944.
De
verspieders zijn zoowaar teruggekoomen. Vanmorgen om vijf uur zijn ze weer in
Hengelo aangeland. Ik heb van die groote trosch druiven nog niets vernomen;
allicht was Moffrika toch geen land van overvloeiende van melk en honing. 't Is
te hopen, dat binnen eenige weken de toestand zich zoodanig heeft gewijzigd, dat
ze opnieuw weg moeten en dan hopelijk voorgoed.
Bij
tijden gedragen de moffen zich als ware roovers: rijwielen worden bij dozijnen
afgenomen van hen die er mee onderweg zijn.
13
September 1944.
Maandag
en Dinsdag zijn er groote vluchten vliegtuigen naar Duitschland geweest. De
heele lucht van Oost tot West was gisteravond in damp gehuld, alsof er
mistwolken optrokken. De boeren mogen nu "speenvarkens" tot 50 pond
slachten. Daar moeten wij er één van mee zien te krijgen.
17
September 1944.
Nu
zijn de geallieerde legers dan toch ook op Nederlandsche bodem. Maastricht is
deze week bevrijd. Hedenmorgen kwam het bericht door dat op één plaats de
beroemde Siegfriedlinie was doorbroken. Zoo komt de weg naar Berlijn steeds meer
open. Het wordt ook de hoogste tijd voor vele mensen. De moffen laten zich
steeds meer in hun ware gedaante zien nu hun zaak hoopeloozer wordt.
Letterlijk alles wordt geroofd: alle auto's, vrachtwagens, motorfietsen, stroo,
varkens, enz. Groote aanplakbiljetten verkondigen dat op eerste aanzegging
alle mannen van 18 tot 50 jaar moeten komen graven aan stellingen langs de
IJssel, aan gaten langs de wegen, enz. Als ik dit schrijf cirkelen 8
Amerikaansche vliegers ("Mustangs") boven Hengelo op zoek naar
moffencolonnes. Maar ze zullen hier niet veel vinden; bijna alle moffen met hun
gestolen wagens zijn Vrijdag vertrokken naar het front. Vele jongens moesten
schreien. Och jaa, vele van die kerels kunnen het ook niet helpen. Ze zien nu
misschien pas, waar ze naar toe gaan met hun Hitlergod.
17
September 1944.
Het
is nog niet vaak gebeurd dat ik tweemaal op dezelfde dag mijn aanteekeningen
maakte. Het is vandaag zoo vol gerucht geweest, met zooveel vliegmachines in de
lucht dat het de moeite waard is er wat van op te schrijven. 't Begon vanmorgen
met de reeds genoemde Amerikaanse jagers. Vervolgens kwamen vanmiddag honderden
bommenwerpers overtrekken, vergezeld van alweer Amerikaanse en Engelsche
jagers. De geheele Zondag heeft het doorgevlogen tot donker worden toe.
Regelmatig werd in alle richtingen geschoten.
Er
was vandaag geen stroom zoodat we vanavond weer bij het blakerlampje zitten. Bij
dokter Dwars hebben we de aardappels gekookt. De kleine kachel hebben we om vijf
uur buiten gezet en daar water op heet gestookt.
Serieuze
oorlogsberichten waren er vandaag weinig, maar geruchten zooveel te meer, hoor
maar: op de Veluwe parachutisten geland (sommigen noemen maar liefst 45.000),
het vliegveld Deelen bezet, enz.
Zoo
wordt er gepraat, gepraat en verteld zonder dat iemand er het fijne van weet. We
wachten maar af of er morgen weer wat goed nieuws los komt. Eén ding is wel
zeker: het oorlogsgebeuren nadert ons met rassche schreden. We hoopen voor
ellende gespaard te blijven.
18
September 1944.
't
Allereerste nieuws van hedenmorgen is: de smerige N.S.B.-ers zijn vannacht
(onder de indruk der gebeurtenissen op militair gebied) wéér vertrokken en
naar we denken, nu voorgoed. Vannacht omstreeks drie uur zijn ze vertrokken.
Gelukkig dat die "Hollanders" weer weg zijn, dat geeft al eenige
verademing.
De geruchten namen vandaag vaste vorm aan. Naar berichten zijn ze in Arnhem en
omgeving al aan het vechten. Inderdaad moeten er parachutisten tusschen Maas
en Waal en in de Betuwe neergekomen zijn. De heele dag was de lucht vervuld
van motorgeronk en tot de avond hooren we regelmatig mitrailleurs schieten.
Vandaag
kwamen ook al enkele vluchtelingen uit Arnhem over de Hummeloosche weg; voor
zoover men kon opmaken uit hun praten waren het N.S.B.-ers. 't Laatste bericht
van Dickman was, dat nu alle doktoren opgeroepen waren. Wat dat beteekende?
"Dat heel Nederland in blijde verwachting was," zei hij.
Willem
en Albert zijn de heele middag de boer op geweest. Ze hebben het goed getroffen:
ze kochten een varken voor fl. 100,=. Dat zal wel ongeveer 85 pond wegen.
Albert wil er een stuk van op de fiets meenemen naar Stadskanaal, een ritje van
150 km. Zoojuist hooren we nog één Duitsche machine overkoomen, maar je
merkt ze bijna niet meer.
19
September 1944.
Zoojuist
kom ik thuis van het slachten van het varken dat de jongens gisteren hebben
gekocht. Zodra ik thuis ben, hoor ik dat er morgenmiddag om twaalf uur 500 man
uit Hengelo moeten zijn om in Zevenaar te graven (stellingen voor de
Duitschers). De burgemeester is al ondergedoken, zeggen ze. De jongens zijn
vertrokken, Albert ook. Wie zal dat bevel uitvoeren? Misschien komt het in
handen van de zwarten. Wat dat dan nog moet worden, weten we niet.
Zoowaar
zijn vandaag wat van de N.S.B.-ers weer teruggekomen, hun gezinnen zijn
achtergebleven. Ze zeggen dat ze in Süderwick zitten en dat ze hedennacht hun
vee daarheen willen vervoeren. 't Is een vreeselijke tijd; vandaag heeft het er
weer erg toegegaan met vliegmachines. Er wordt erg gevochten in Arnhem en in de
Betuwe. Wat een ellende voor de bevolking daar.
20
September 1944
We
hebben vannacht rustig geslapen. Gisterenavond lazen we Jesaja 41: Vrees niet,
want Ik ben met u; wees niet ontsteld, want Ik ben uw God.
Vanmorgen
is het of het dorp is uitgestorven; ik heb door het dorp gefietst en niemand
gezien dan enkele vrouwen en meisjes en een paar grijsaards. Zelfs een melkboer
uit de Noordink heeft zich zoo bang laten maken dat hij bij het dorp omkeerde en
de boeren de melk zoet weer thuis bracht. Ze denken allemaal zooiets van
mensenjacht houden want hedenmiddag moeten de 500 man er zijn.
20
September, 's avonds.
Hedennamiddag
zijn er Duitschers met een auto op het Gemeentehuis gekomen. Men zegt, dat de
secretaris Arends en ambtenaar Morsink met hen geconfereerd hebben en
beloofd hebben aan hun eisch te voldoen. Zoo zouden we dan met man en macht
werken om kaarten te maken die nog dezen nacht te bezorgen. Waren er morgenvroeg
geen 500 man bij elkaar, dan zouden de moffen andere maatregelen nemen. Ze
hebben al afgegeven op die ambtenaren, waarom die ook niet ondergedoken zijn.
Vanavond
om tien uur stonden Hanna en ik voor 't huis achter de boschjes en zagen hoe de
N.S.B.-ers met wagens vol langs kwamen en in het donker op Doetinchem aangingen.
Met
een typische uitdrukking uit de mond van een Duitsche Ortscommandant wil
ik besluiten. In de Kruisberg hadden de soldaten bij Ebbers een koe meegenomen.
Ebbers beklaagde zich hierover bij de Ortscommandant in Doetinchem. Deze had
gezegd, dat hij daar ook machteloos tegenover stond; een vluchtend leger had het
recht om alles mee te nemen wat ze noodig hadden. Het schijnt (ondanks alle
fanfares van Goebbels) zoowaar toch tot hun door te dringen, dat ze op de vlucht
zijn.
En
o ja, ze zijn vannacht nog met 750 bommenwerpers naar Duitschland geweest en
hebben er 10 verlooren door afweergeschut; geen enkele Duitsche jager hadden
ze ontmoet.
21
September 1944.
Vannacht
is er niets gebeurd. We hooren al gauw dat het heele personeel van de Secretarie
is ondergedoken met medeneming van het archief. Wat zal dat nu worden? Het is in
het dorp alsof het uitgestorven is. Bijna alles ligt stil. Ik hoor, dat er een
nieuwe burgemeester is gekomen (N.S.B.-er natuurlijk). Hij had zich voorgesteld
als Visser. Hij nam hier nu de functie waar en stelde de eisch dat uiterlijk
morgenmiddag 12 uur de ambtenaren terug moesten zijn. Kwamen ze niet opdagen,
dan zou hij het doorgeven aan de Duitsche instanties. Dat zou voor Hengelo
vreeselijke gevolgen hebben. Dat is geen aangename gedachte, waar we straks mee
naar bed gaan. Maar de berichten van het front fleuren ons weer wat op.
Hedenavond is doorgekomen, dat de geallieerden de Waalbrug bezet hebben. Als
het daar goed blijft, gaan zijn ze misschien morgenvroeg Arnhem in.
En
nu, terwijl het gedreun van het zware geschut telkens in de kamer doordringt,
gaan we slapen.
22
September 1944.
Van
de dreiging tegen Hengelo is gelukkig nog niets gekomen, al is het personeel van
de Secretarie niet komen opdagen. Dat neemt niet weg, dat het heele dorp vandaag
nogal zenuwachtig was. Ze sleepten van alles uit de huizen, vooral voordat
bovengenoemd bericht bekend was. Wij hebben een paar familiestukken en wat
kleeren in de houtloods achter in de tuin gebracht en willen het daar voorloopig
maar laten.
Tot
op dit oogenblik hooren we hier het geschut nog donderen, onafgebroken, uit de
richting Zuid-zuidwest. Elke dag kunnen we aan het gedonder van het zware
geschut hooren, dat het front dichter in de buurt komt. Wij hopen van harte dat
het oorlogsgeweld spoedig langs ons heen gaat en dat we gespaard achter het
front en dus vrij mogen zijn. Vrij, we hebben bijna verleerd wat dat zeggen
wil, na vier en een half jaar terreur.
23
September 1944.
Het
kanongebulder is nog niet zoo hevig geweest als vanavond.
Er
is vandaag gezegd, dat de parachutetroepen noordelijk van de Rijn zich in
hachelijke positie bevinden. Hitler zou bevolen hebben zijn keurtroepen naar
Arnhem te sturen. Het is een nare gedachte dat het geschutvuur dat de ramen doet
rinkelen, aan zoovelen het leven kost. Nu trekken al eenige tijd formaties
vliegmachines over (op 't gehoor bommenwerpers).
Bijna
alle burgers uit het dorp zijn vannacht weg. Wij hebben het er ook over gehad,
maar we denken niet dat er vannacht wat zal gebeuren, zoodat ik maar besloten
heb thuis te slapen. De jongens zijn weg.
25
September 1944.
Vandaag
is er een biljet aangeplakt in onze gemeente, uitgegeven door de nieuwe
"burgemeester" J. Visser. De weermacht vraagt werkkrachten en nu
worden wij verzocht ons vrijwillig te melden. Wij verwachten niet dat zich velen
zullen melden. En als nu straks de dwang komt en men grijpt gijzelaars, wat dan?
Kunnen we ons dan nog onttrekken als men zou dreigen met doodschieten van de in
arrest zijnde burgers? Vanmiddag was er weer een luchtgevecht in de richting
Steenderen. Eén machine stortte neer en viel te pletter. We weten nog niet
precies waar, maar denkelijk op de grens Steenderen en Hengelo.
Al
met al is het een vreeselijke tijd. Je sluit 's avonds je woning, maar eigenlijk
kun je de deur net zoo goed open laten, want als de zwarten er in willen moet je
toch openmaken. Ik denk wel eens aan vroeger. Als je dan hoorde van inbrekers
dacht je: "Als ik ze vroeg genoeg hoor, dan komen ze er niet in."
Stel
je voor dat je dat nu ook deed en je timmerde er op als ze hun hoofd naar binnen
staken. Dan maakten ze het heele gezin van kant. Er is geen veiligheid of recht
meer; dat is een beangstigende gedachte.
27
September 1944.
Geen
goede berichten, de laatste dagen. De geallieerden hebben Elst in de Betuwe weer
moeten prijsgeven. Hun overmacht over de Rijn bij Oosterbeek schijnt ook weer
bijna weg te zijn. Dat is een geduchte tegenvaller, voor de invasielegers en ook
voor ons. Jammer van die, naar men zegt, veel meer dan een divisie
parachutetroepen die bij Arnhem zijn neergeworpen. Arme, dappere kerels, die
voor het grootste deel hun leven er bij laten. Het spijt me, dat ik niets
opwekkends van de fronten kan schrijven.
Sinds
gisteren slaap ik in de houtloods. Er gaan nog steeds geruchten over oppakken.
Het
gerucht gaat dat de Hengelosche N.S.B.-ers voor de derde keer willen terugkomen.
Die schijnen te trekken volgens de goede of minder goede berichten. We kunnen
daar misschien voor 't vervolg aan aflezen, hoe het gaat; wel makkelijk nu er
bijna geen radio meer is (de electrische stroom is weg en de anodebatterijen
raken uitgeput). Water halen we bij dokter Dwars, eten koken we op het kacheltje
en rogge laten we malen bij een windmolen. Maar dat is niet het ergste; als
alles verder naar wens was, zou het blakerlampje waar ik nu bij schrijf nog wel
een gezellige herinnering zijn aan vroegere gelukkiger dagen. Moge ze nog eens
terugkeeren, al was het zonder electrisch licht.
1
October 1944.
Deze
week zal het er wel opgaan met de werving voor het graven. Alle omliggende
gemeenten zijn al bezig. Elst is weer in handen van de geallieerden, maar van de
Rijn waren de parachutisten weer verdreven. Churchill heeft gezegd, dat er
8000 waren neergelaten waarvan er 6000 waren gedood, gewond of krijgsgevangen
gemaakt. Arme kerels die zich moesten opofferen en dat nog tevergeefs.
Vanavond,
een beetje voor donker, is er volgens zeggen (ik heb
2
October 1944.
Vanmorgen
hebben zich velen aangemeld om erger te voorkomen. De kapelaan, de Dominee en de
Notaris hebben ze weer naar huis gestuurd. Verder bestaat de groep uit alle
rangen en standen. Frans Roes had zich vergist met het tijdverzetten en stond
om 6 uur met zijn spade aan de straat. Men spreekt van 150 man voor vandaag.
Willem
is nog niet aanwezig.
3
October 1944.
Als
je alles op je laat inwerken, stik je van ergernis. Nu zijn ze juist voor ons
huis op de Kastanjelaan aan het gaten graven en ze werken me ook nog veel te
hard af.
Heden
namiddag zijn hier ongeveer twaalf bommen gevallen aan weerskanten van de
Kervelsdijk. Het waren zulke hevige slagen, dat alle ruiten en ramen rinkelden
en klepperden alsof de boel in elkaar ging en toch hebben we niets geleden.
4
October 1944.
't
Wordt nu erg gevaarlijk met dat bommenstrooien. Hedenmorgen vielen er al eenige
richting Vorden en vanmiddag onder het eten vielen eenige heel zware in de
richting Reigersvoort. Je hoort weinig vliegtuiggeronk en zoo opeens ploffen de
bommen naar beneden. Het is een erg onrustig gevoel; als er 's nachts een
formatie regelmatig komt overtrekken, vlieg je in de schuilkelder en wacht het
af tot je niets meer hoort vliegen. Zooals het op het oogenblik gaat, kan je
nergens een gevolgtrekking uit maken. En je kan toch als er bijna geen gevlieg
is, de heele dag ook niet in de kelder zitten. We moeten wel bewaard worden.
6
October 1944.
Het
graven gaat door. Je kunt er niemand om veroordeelen die gedwongen wordt; voor
overmacht moet men bukken, maar als er een honderd je deur voorbijkomen, dan zie
je er ook nog veel bij die een stemming voorwenden alsof ze een plezierbaantje
gaan opknappen.
Vandaag
moeten ze naar de Groene jager aan de Yssel stellingen maken. Och, mocht het
gauw gedaan zijn met die onrechtvaardigheid. De frontberichten waren
gisterenavond wel wat gunstiger. Het plaatsje Elden, vlak voor Arnhem was in
Engelsche handen. Ons varken groeit goed, alleen elke dag wat minder hard. De
boeren hebben geen tijd om te dorschen en je kunt het niet gemalen krijgen.
Stroom weg, andere brandstof ook bijna niet meer. We hebben nog een beetje
petroleum in het lampje maar daar komen we de winter niet mee door. Maar er zijn
er velen die het nog veel minder hebben. Sommigen komen in de winkel vertellen
dat ze 's avonds nog even in de kamer zitten bij het licht van de maan en dan
maar vroeg naar bed gaan.
We
denken vaak aan de steden, hoeveel jammer daar wel geleden wordt. Als je
kennissen hebt, kun je ze nog niets zenden; geen spoor loopt of als ze nog
loopen, dan alleen voor de militairen. Geen postpakketten worden meer
aangenomen; zelf er naar toe gaan gaat ook al niet. Je komt niet makkelijk over
zonder dat je je fiets kwijt bent onderweg of dat je op eenen aangehouden
wordt en hier of daar moet graven.
8
October 1944.
Zondagmiddag.
Als je niet wist dat het oorlog was allerwegen, dan zou je nu kunnen genieten
van een rustige Zondagmiddag; zoo stil is het. Gisteren was het geronk niet van
de lucht; geweldige explosies den geheelen dag door het zuiden, onophoudelijk
gedonder. Gisterennamiddag werd het zoo erg dat we naar de schuilkelder gingen.
Het knalde steeds door, zoo hard dat we telkens dachten dat de ruiten er mee
zouden gaan. Zoo erg en zoo lang hadden we het nog niet meegemaakt.
Vanmorgen
hoorden we dat gisteren Emmerich, Elten en Huthem met de grond gelijk waren
gebombardeerd. We hebben de vliegtuigen wel kunnen waarnemen boven Doetinchem
en meerderen hebben gezien dat een vliegmachine in de lucht uit elkaar vloog.
9
October 1944.
Gisterenavond
werd er nog een waarschuwing aangeplakt om vanmorgen zeven uur te komen werken.
Vanmorgen waren er toch veel te weinig. Dit was oorzaak dat vanmorgen eenige
personen aan het gemeentehuis geroepen werden en daar te hooren kregen dat er nu
snel maatregelen genomen zouden worden als het met de melding niet beter ging.
Geertsma, Harmsen Coöp., Klem, Ds. Kwint, Ds. Barbas en twee kapelaans moesten
er voor zorgen dat er minstens 400 personen kwamen. Later werd dit verhoogd tot
600. Die moesten er uiterlijk woensdagmorgen 7 uur zijn. Anders werden er
eenigen doodgeschoten en/of gijzelaars genomen. Wat moesten ze? Ze hebben een
circulaire opgesteld met woordelijke weergave van het ultimatum dat hun gesteld
was. Zonder commentaar. Wij kunnen niet adviseeren; maar wat moet Willem nu?
Gisteren zei hij nog: "Zoolang er geen gijzelaars worden genomen, kom ik
nog niet." Wat moet hij nu? Na de bedreiging van hedenmiddag wil hij
morgenavond thuis komen en er over praten.
10
October 1944.
De
circulaire is vandaag niet rondgekomen. Deze was door de
"burgemeester" en de Duitschers afgekeurd als zijnde niet goed
gesteld. In dien zin dat er geen aanbeveling bijstond om de menschen te
overreden te komen graven. En dat was juist wat ze niet wilden. Na veel overleg
zal toch de oorspronkelijke vorm gehandhaafd blijven en deze zal nu morgen rond
komen. We hebben samen overlegd, dat Willem zich donderdag zal melden. Dit is
een strijd waarbij de eene partij over alle wapens beschikt, terwijl de
tegenpartij geheel weerloos is.
12
October 1944.
Willem
heeft vandaag gegraven bij Bronkhorst. Hij zegt: "Er zijn er daar duizenden
aan het werk in de weiden langs de IJssel. Velen trachten zoo weinig mogelijk te
doen of het zoo averechts mogelijk uit te voeren."
Het
was vandaag druk in de lucht. Willem zei, dat de gravers kennelijk door de
vliegers werden gespaard. Toch kan men het hun niet kwalijk nemen als ze
geschoten hadden, maar ze schijnen te weten dat de Hollanders er toe geprest
worden en er machteloos tegenover staan. Toch is het een onveilig gevoel in de
vlakke weiden waar men zich niet dekken kan.
Ik
stond nog even in het donker in de tuin te kijken. Het gedonder van het geschut,
het monotone geknal van het afweergeschut en het barsten van granaten is
niet van de lucht. Schijnwerpers zoeken den hemel af, lichtflitsen en
plotselinge groote lichtbogen. De ramen van ons huis trillen onophoudelijk.
Als je het zoo in het donker beziet, komt het vreeselijke van de oorlog dubbel
op je inwerken. Is er iets krankzinnigers te bedenken dan deze moord en
vernieling door volken die elkaar in beschaving niets toegeven?
25
October 1944.
Ja,
het is uitgekomen wat de Führer wilde: Aken is symbolisch geworden voor heel
Duitschland, maar anders als Hitler bedoelde. Aken is onvoorwaardelijk
overgegeven aan de geallieerden. Symbool voor heel Duitschland, Führer!
Gisteren
is bij het naar huis rijden een wagen van de Hengelosche gravers beschoten.
Het gebeurde weer in Toldijk, in de Kruisbrink en kostte een aantal dooden en
gewonden. Het huis van Hulshof werd in brand geschoten, de vrouw die hartpatiënt
was, is in de kelder dood gebleven. Hulshof zelf werd met een stukgeschoten
schouder naar het ziekenhuis gebracht. Willem Meenink die op de voorste wagen
zat, is doodgeschoten. Een zoon van Gosselink, 't Baakse Broek, die daar op
weg was, lag doorzeefd met kogels achter 't huis van Hulshof. Meulenbrugge
Sr. van de Ruurlosche weg, die terugkwam van het graven, zat ook op de wagen en
werd aan het hoofd gewond. Zijn zoon werd door de jas geschoten.
Willem,
die altijd op dezelfde wagen naast de Meulenbrugges en naast Willem Meenink zat,
had wegens pijn in zijn rug juist drie dagen verlof. Wij mogen wel zeggen, dat
hij door het oog van de naald is gekropen. Niemand kan zeggen waarom dat
schieten
door de vliegers is gebeurd.
Was
het onverschilligheid van de piloten of hebben ze zich vergist? Of wilde men
vanaf heden de gedwongen gravers niet meer ontzien? Ook een paard van Polman die
voor één van de wagens liep, was doodgeschoten.
27
October 1944.
Zeer
veel vluchtelingen komen in Hengelo aan. De meesten hebben niets dan wat ze aan
het lijf hebben. De verhaalen die men te horen krijgt, zijn zowat allemaal
hetzelfde. Een aaneenschakeling van ellende. Wat nog verhoogd werd door de
moffen, die in veel gevallen de mensen verboden nog het één en ander mee te
nemen, maar later de bezittingen van diezelfde mensen roofden.
21
November 1944.
Weinig
nieuws van de fronten. Als we de spaarzame berichten goed volgen, moeten de
moffen wel overal terug. Maar het gaat zoo zuinig met de voortgang der
geallieerden. 't Is zooals ik al vaker geschreven heb: Hitler heeft de oorlog
verloren, maar de geallieerden hebben hem nog niet gewonnen.
17
December 1944.
Wat
zal ik schrijven? Ik kan alleen nieuwe narigheden opschrijven. De afgelopen
week hebben ze veel razzia's in de buurt gehouden. We hebben al een paar dagen
een rammelend geluid in de lucht gehoord. We dachten dat het een nieuw soort
vliegmachine zou zijn waar de moffen mee voor de dag kwamen. Heden werd ons
verteld dat het de V-1 's waren die in Eefde of Harfsen worden afgeschoten. Dat
lijkt niet onwaarschijnlijk, want gisteren zagen we overdag zoo'n machine in
de dampige lucht die aldoor naar achteren vuur uitspoot. Zoo werd vanmiddag
hier verteld dat er één in Brummen naar beneden gekomen was. Een onprettig
gevoel als je deze dingen hoort donderen bij nacht en ontij en je moet erbij
denken dat ze zoo naar beneden kunnen komen. Als de wereld deze keer nog blijft
bestaan, kunnen ze, als je kijkt naar de uitvindingen sinds de vorige oorlog, de
volgende 25 jaar wel zoo ver komen dat ze in een paar dagen een heel land kunnen
platgooien en alle bewoners om het leven brengen. De menschen vinden zooveel
uit, dat het ongetwijfeld uitloopt op totale vernietiging van het menschdom door
hun eigen uitvindingen.
Vandaag
kregen we nog bericht van Merenburg en zijn vrouw. Ze maken het naar
omstandigheden nog goed, maar het duurt lang voor zijn been genezen is en hij
weer eens hier naar toe kan fietsen.
Bovenstaande
is codenaam en uitdrukking van onze Joodse buurman van destijds, Juul Löwenhardt.
Oudejaarsavond
1944.
Ik
ben straks 61 jaar als we het beleven, maar zoo'n oudejaarsavond hebben we nog
niet meegemaakt. Men zegt wel dat de Duitschers met hun offensief in België
weer tot staan zijn gebracht, maar berichten zijn er bijna niet te krijgen. De
radio's worden nog steeds opgespoord en de blaadjes verschijnen op 't
oogenblik heelemaal niet meer. Groot gebrek aan alles in de steden. Zoo erg dat
men hoort van meisjes die met een trekwagentje naar hier komen om wat voedsel op
te doen. Ik wil, de oude gewoonte getrouw, toch maar tot 1945 opblijven en zit
bij de uitgaande kachel te schrijven. Niemand heeft ons vanavond bezocht, om 8
uur moet je al binnen zijn.
De
V-1 's van de moffen, die in Eefde worden afgeschoten, hebben de heele avond
door de lucht gedonderd en terwijl ik dit schrijf, grommen de vliegtuigen door
de lucht. Niets is er wat een Oudejaarsavondstemming geeft.
10
Januari 1945.
Van
de militaire toestand horen we zoo goed als niets. Maar de geallieerden komen
niet vooruit, zooveel horen we nog wel. Hier in Hengelo hebben nu meerdere
boeren bericht gekregen om a.s. vrijdag met paard en wagen te verschijnen.
Gerrit Wolsink uit Bekveld is met Oudejaar uit huis gehaald en tot heden nog
niet terug.
Het
vriest nu, om acht uur, al bijna 9 graden, maar het graven voor de moffen gaat
nog door.
Wat
we uit de steden horen is verschrikkelijk. Meerdere menschen gaan ten einde
raad nog groote reizen te voet maken of gaan met wat eens een fiets is geweest
voedsel halen. Velen ervan bezwijken onderweg. Hier is deze week een inzameling
gaande op initiatief van mej. Marie Barbas voor een wijk in Utrecht. 't Is te
hoopen dat het overkomt. Er zijn al dergelijke transporten in beslag genomen.
8
Februari 1945.
Vele
huizen zijn de laatste tijd gevorderd voor de weermacht en ook voor de N.S.B.-heren
op het gemeentehuis. Deze week o.a. Huize Meenink, de huizen van Vrugtman van de
tram, notaris v. Ballegooien, Dickmann, Raaymakers en het Rusthuis. Naast ons
is het huis van Löwenhardt ook in gebruik door de Duitschers.
Het
gerucht ging, dat er deze nacht een razzia zou worden gehouden. Daarom zijn de
jongens vanavond maar vertrokken. Waar ze nu zitten, weten we niet.
Vandaag
hoorde ik in de winkel dat Derk, die rondom tusschen de Duitschers en de zwarten
zit, toch nog kans had gezien een halve koe te smokkelen.
Het
is hier erg onrustig, vele vliegers in de lucht en sinds gisterenavond
ononderbroken een zwaar geschutvuur uit zuidelijke richting. Soms meer dan 80
lichtkogels tegelijk aan de lucht en altijd lichtflitsen, schijnwerpers, enz. Op
het oogenblik gaat het er nog zoo op, dat de keukendeur geregeld rammelt en de
lamp bij mij staat te trillen. De V-1's hebben de laatste weken bij tientallen
hun angstwekkend gedonder laten hooren. Naar men zegt vallen er vele kort na het
afschieten neer. Meermalen hoor je ze aan komen brullen en opééns is het
stil. Dan vallen ze naar beneden, maar de meesten ontploffen gelukkig niet.
12
Februari 1945.
Vrijdagnacht
en Zaterdagnacht zijn er veel militairen in onze buurt gekomen, met veel
huisraad, elders weggehaald. Veel munitie is in het rusthuis opgeslagen. Het
wordt hierdoor veel gevaarlijker, temeer omdat vrijdag de Engelsche jagers al
groote belangstelling aan den dag legden. Vrijdag kregen we voor het eerst een
Duitsche wagen in de garage. Als dat maar geen voorproefje is van geheele
ontruiming van ons huis. Naar ik vernomen heb heeft Derk zijn halve koe goed aan
de kant gekregen zonder tegen de lamp te loopen. Laat hij het met gezondheid
gebruiken en den noodruftigen er wat van meedelen.
Vandaag
zijn Tilly en een buurvrouw uit Amsterdam bij ons. Ze hadden er lopend vier
dagen over gedaan, schuivend met een oude kinderwagen om de op te scharrelen
levensmiddelen te vervoeren.
16
Februari 1945.
't
Kan snel veranderen: nu zijn de meeste militairen alweer uit Hengelo vertrokken.
Je kan geen staat maken op wat ze doen. Zoo moet er ontruimd worden op groote
schaal en een paar dagen later gaan de soldaten weer vertrekken en is alles voor
niets gedaan. Het schijnt dat ze op het oogenblik zich steeds moeten instellen
op het telkens veranderende inzicht bij de legerleiding. Het is wel anders
geworden dan toen Hitler snoefde, dat de geallieerden moesten vechten waar de
Duitschers het wilden. Daarmee is het nu voorgoed gedaan!
Op
de evacuatiepost was een groot gebrek aan bezems, dweilen,enz. Nu had Willem
aan Jacobi, hoofd evacuatie, gevraagd of hij een halve dag vrij kon krijgen van
het kantoor Evacuatie. Dan zou hij zien bij borstelfabriek Haverkamp wat los
te krijgen voor de evacuatiepost. Dadelijk gaf Jacobi hem hiervoor vrij, het
was best dat hij dat wilde doen voor de evacués. Het gelukte, hij bracht
Zaterdag wat bezems mee van de fabriek. Reeds Zondagmiddag kwam
"meneer" Jacobi met een Duitscher bij ons het borstelwerk dat Willem
gekregen had, voor de weermacht opvorderen.
De
wegen zijn vol met mensen op fietsen uit de steden, meest vrouwen en meisjes. Ze
komen ook geloopen uit de groote steden, soms honderden kilometers ver om wat
bij de boeren op te scharrelen vanwege de honger. Vele tewerkgestelden komen uit
Duitschland hierheen vluchten. Ze hebben soms bijna geen kleeren meer aan het
lijf en zijn helemaal uitgeput, hebben kapotte voeten en zitten vaak onder het
ongedierte, verschrikkelijk.
2
Maart 1945, 's avonds half tien.
Als
ik dit schrijf, hoor ik verscheidene boerenwagens en karren in het donker over
de weg rammelen. Ze moeten nu bij avond en nacht rijden voor de Todt. Daags
wordt het te gevaarlijk daar de Typhoons van de Engelschen en Amerikanen
overal op beginnen te schieten. Zoo zijn deze week al weer paarden doodgeschoten
voor de wagen, o.a. bij de Spannevogel. De menschen hebben het er levend
afgebracht.
De
Heer Dorgelo en zijn dochter zijn dinsdag in Zutphen weer vrijgelaten. De
anderen van de distributie zijn nog in arrest. O.a. de gebroeders Jansen
(Spalstraat), Jonker en Freule Heemstra van het Regelink en Mevrouw Schipper (in
de zeventig jaar).
Met
de graverij hebben ze nog weer eens opnieuw mensen er bij opgescharreld.
Sommigen werden uit hun huizen gehaald en van anderen werd hun vrijstelling
ingetrokken. Onze Gerrit helpt z'n scholier zijn ook niet meer;
morgenvroeg moet hij graven, evenals Gerrit Harmsen en meer anderen.
Voor
de mensen in de grote steden wordt het nu nog zwaarder. Wie nog sterk genoeg is
gaat tot in de Achterhoek (zoals ik al eerder schreef) de boeren langs om nog
wat op te scharrelen. Nu is dat afgelopen, want sinds gisteren is alle
verkeer, ook voor vrouwen en meisjes, verboden over de IJssel. Nu kan dus
niemand meer weg komen om wat te halen.
Er
zijn er nog velen die weinig oog voor hebben hoe we telkens dieper in het moeras
komen. Als ze er zelf nog zoo'n beetje door rollen is het kleinste ongerief of
behelpen voor hen al "hopeloos", een woord dat groot en klein
tegenwoordig te pas en te onpas gebruikt. Er komen veel evacués in de zaak die
letterlijk alles bij hun vlucht zijn kwijtgeraakt en die hun lot nog gelaten
dragen en het eenvoudig accepteren als er in de winkel bijna niets is van wat
ze wenschen. Terwijl daarentegen vele burgers van Hengelo en omgeving, die
naar verhouding nog niets hebben geleden, steen en been klagen. Zij vinden
het al "hopeloos" als ze geen popje voor de kleine, geen vuursteentje
voor de aansteker of geen borstel of kastpapier voor de schoonmaak kunnen
krijgen of zich met een houten kam moeten behelpen.
3
Maart 1945.
De
boeren moeten nu 's nachts hout aanhalen voor betuining van de loopgraven die de
gravers daags moeten maken. Ook de melkboeren gaan al 's morgens in het donker
de melkwagen rijden vanwege de vele Engelsche en Amerikaansche jagers in de
lucht. Duitsche jagers ziet men practisch niet meer "Ze hebben de
bovenverdieping verpacht aan de Amerikanen," zeggen de grappenmakers
hier.
12
Maart 1945.
De
afgelopen acht dagen hebben we heel wat narigheid gehad. Dat begon vandaag voor
een week al. De mensen gingen 's morgens graven naar Bekveld. Onze
Gerrit was er ook bij. Hij zou voor de tweede dag graven. Zondag was hij thuis
gebleven. Toen ze goed en wel op het werk waren, kwam het bevel: "Terug
naar het dorp en opstellen bij het bankgebouw aan de Kastanjelaan."
Aan de andere zijde van het dorp moest eerst een stelling gemaakt
worden, zoo heette het. Aan de Kastanjelaan gekomen moesten ze meer dan
anderhalf uur in de rij staan. Gerrit, Gerrit Harmsen en Bertus Meulenbrugge
stonden voor het huis van de dokter. Een heele rij boeren werd opgeroepen om de
menschen met wagens te vervoeren.
Niemand
wist wat er gebeuren moest of waar het heen zou gaan. Men kon vragen zoo men
wilde, niemand wist iets. De Todt-opzichters zeiden ook van niets te
weten. Enkelen leek het al niet goed en ze knepen er tusschen uit. Ik ging nog
tot tweemaal toe naar bovengenoemde jongens en stelde hen voor, dat ze, als ze
wilden, er stiekem langs het huis van de dokter tusschenuit konden gaan. Onze
Gerrit wilde eerst zien wat er gebeurde. Hij was van meening, dat hij altijd nog
wel kon gaan lopen. Gerrit Harmsen wilde wel wegloopen, Meulenbrugge maakte het
niet uit, maar 't eind van 't lied was: ze bleven allemaal.
Alles
moest op de wagens en daar ging het richting Vorden. We waren er niet erg
gerust op, maar latere geruchten spraken van graven op "het Waliën"
of in Vorden. Tot dat 's middags het verpletterende bericht in Hengelo kwam: ze
zijn naar Zutphen gebracht, in de ambachtschool opgesloten en gaan vannacht
allen naar Duitschland. We wisten ons geen raad. Meer dan 200 mensen die 's
morgens waren komen graven (dus geen gegrepen onderduikers), waren op een
geraffineerde, gluiperige manier weggevoerd door de Todt die maar altijd had
gedaan of ze het ook niet wisten. Onze jongen van 17 jaar naar Duitschland. We
hadden grote droefheid en waren totaal verslagen. We wisten wel dat we altijd
bedrogen waren, nu al bijna vijf jaren. Maar deze listige handeling overtrof
alles aan gemeenheid. Wat te doen? Inderhaast pakten we nog een paar dekens
bij elkaar met nog iets van het hoognodigste en gingen toen op Zutphen aan in de
hoop dat we de jongens nog te spreken zouden krijgen. Ada Meulenbrugge, G.J. Harmsen en ik kwamen om ongeveer kwart over zeven in Zutphen aan bij de
ambachtschool. Maar helaas we konden ze niet te spreken krijgen. 't Was al
donker en te laat om nog bij de jongens gelaten te worden. Dat was een aanblik:
die moeders, vaders en verdere familieleden die nog graag bij hun kind wilden
zijn en die door de moffenhuichelaars ruw werden weggejaagd. Wij liepen
nog om het gebouw of we hen ook nog voor de ramen konden ontdekken. Ik riep om
beurten nog eens van Gerrit, Gerrit, Gerrit Smeitink, maar tevergeefs. Er zat
niets anders op dan met onze pakken op de fiets weer naar Hengelo te trappen. Ze
zouden in Elten moeten werken, hadden we in Zutphen gehoord en ze zouden die
nacht met de tram vertrekken. Er scheen dus geen hoop meer te zijn dat we ze nog
zouden ontmoeten. Zwaarder gang naar Hengelo herinner ik mij niet.
Toen
ik thuis kwam, waar ze in spanning zaten te wachten, kon ik hun geen enkele
hoop geven, dat we Gerrit nog zouden vinden. We zaten in grote droefheid bij
elkaar. We overlegden en besloten diezelfde nacht nogmaals naar Zutphen te
fietsen. Wie weet, waren ze er nog. De reis mocht nog eens zoveel vertraging
ondervinden, dat ze nog niet weg waren.
Met
dit plan, 't was al één uur in de nacht, gingen we naar bed. Ik nam nog even
de bijbel en mijn oog vond Jer. 38 vers 20; dat gaf troost, maar we zijn zoo
kleingelovig.
Om
half vier stonden we weer op en maakten ons gereed. Maar om vier uur kwam er
bericht, dat de tram met de jongens vannacht om half twee al was vertrokken.
Men zeide, dat ze naar Terborg zouden gaan en daar oponthoud zouden hebben voor
ze verder gingen. We besloten dus naar Terborg te gaan. Er waren er intusschen
al veel meer op weg daarheen. In Doetinchem vroegen we aan de chef van de
Geldersche tram of hij ook wat wist. "Ja, 's morgens was een tram met O.T.-mensen richting Terborg vertrokken, maar het doel was Zeddam,"
zeide de chef. We moesten maar direct op Zeddam rijden, dan kwamen we allicht
de tram voor, want het ging met een slakkegang vanwege het tekort aan
eierkolen. En daar wilde het ding niet op lopen, althans niet geregeld en dan
nog niet harder dan vijf tot tien km. Wij naar Zeddam, geen tram. Wij richting
Terborg over Etten. Toen we Etten bijna bereikt hadden, zagen we de tram komen,
zwaar puffend. We wisten eerst niet of ze nog liep of dat ze stilstond. Later
hoorden we dat behalve de brandstof, er ook nog wel iets anders tegenwerkte om
er lang over te doen. Zesentwintig goederenwagons stampvol mensen. Behalve
uit Hengelo kwamen ze ook uit Brummen, Eerbeek, Voorst, Voorstonden, enz.
Allemaal opgepakt op dezelfde listige manier. De deuren der wagons waren
gedeeltelijk open geschoven; de mensen hingen er uit. Voor- en achteraan eenige
Todt's en soldaten met mitrailleurs, geweren en revolvers.
We
hadden 's morgens al gehoord dat er 's nachts heel wat jongens en mannen
al in de buurt van Toldijk uit de tram waren gesprongen. Sommigen waren al weer
in Hengelo. Maar we geloofden niet, dat onze jongens er bij waren, want dan
hadden ze ook al thuis kunnen zijn. Toen we bij Etten langs de tram liepen en
hiernaar vroegen, waren er al dadelijk enige jongens die zeiden: "Gerrit
Smeitink en Bertus Meulenbrugge zijn er niet, die zijn gisterenavond al over de
daken uit de ambachtschool ontvlucht." Ze wisten het zeker.
Daar
knapten we wel wat van op, al wisten we nog niet hoe het verder met hen gegaan
was. Ik heb nog vergeten op te merken dat Gerrit Harmsen 's avonds al
vrijgekomen was. Hij had de slavendrijvers kunnen wijsmaken dat hij nog maar
vijftien jaar was. Hij was 's avonds, toen wij van Zutphen kwamen, gelukkig al
thuis. Groote vreugde bij zijn ouders en zusje.
Wat
Meulenbrugge en ik aan etenswaren voor onze jongens hadden meegenomen,
verdeelden we onder de Hengeloërs en anderen. Toen gingen we weer naar huis.
We vernamen dat de vorige avond bij het vluchten er ook een paar waren
beschoten, één in zijn been en één in de rug. Daar hadden we het op de
terugweg
over. Meulenbrugge betwijfelde of ze het ons wel zouden zeggen wanneer ze één
van onze jongens hadden doodgeschoten. Maar bij onze thuiskomst: verblijdend
bericht! Een boodschapper had Hanna gezegd: "Je jongen is vrij!"
"Is dat wel waar?" " Ja, 't is waar, hij is al in Hengelo bij een
boer."
Wat
een opluchting en wat een dankbaarheid!
Boven
in de ambachtschool waren ramen met gewapend glas dat men zoo niet indrukken
kon. Ze hadden er met een schop doorgestoten. Toen hadden ze de schop gedraaid
en hadden ze getrokken. Zoo kwam er een gat waar ze door konden. Toen ze er
bijna door waren, werden ze opgemerkt. Een tijdje later waren ze met hun vieren
het plat opgegaan, schoon de bewakers met geweren en revolvers rondom het
gebouw stonden. Een drietal, telkens lagere daken waren ze afgedaald. Twee
jongens uit Voorst waren ook nog nagekomen, zoodat ze met z'n zessen op het
laagste plat lagen. Ze lagen daar op het grint in het water in de snijdende
noordenwind. Ze moesten zich doodstil houden, want de bewakers hadden wat
gemerkt en kwamen met lamp en revolver op het dak. De jongens hebben blijkbaar
in de schaduw om een hoek gelegen, want ze werden niet opgemerkt.
"Het
was me op dat oogenblik niet veel meer waard en ik gaf geen cent meer voor onze
vrijheid," zei Gerrit later. Wel een uur hebben ze daar gelegen zonder
beweging te maken. Toen moesten ze zoeken om naar beneden te komen, want het
laagste plat waar ze op lagen, was nog vier à vijf meter van de grond. Ze
konden niets vinden om omlaag te komen. Een aangebouwd huis had een dakraam.
Bijna hadden ze geprobeerd daar binnen en naar beneden te komen. Maar ze
besloten het niet te wagen, wat achteraf maar goed bleek, want in dat huis zaten
S.S.-ers. Eindelijk kwamen ze via een afvoerpijp naar beneden. Uren hebben ze toen rond gelopen, want de ambachtschool ligt rondom in het water.
"Toen we beneden achter een muur uit de wind kwamen was het net of
we bij de kachel waren," zei Gerrit. Zoo koud hadden ze het boven gehad.
Door hofjes zijn ze tenslotte bij een persoon gekomen die hen 's nachts in zijn
schuilkelder heeft gedaan en de volgende morgen op weg heeft geholpen naar
Vierakker. Zoo hebben we hem dan weer thuis. Later vernamen we dat er heel
veel zijn gaan lopen; 's nachts uit de rijdende tram gesprongen of in Zeddam
weggevlucht.
Niets
dan narigheid hooren we van overal: 46 mensen zijn in Varsseveld dood
gemitrailleerd. Vier waren er nog gaan lopen. Het waren allemaal mensen die op
de Kruisberg gevangen zaten voor ondergronds werk. Die mensen werden daar maar
zoo weggehaald. Ze wisten van niets, toen ze in een weide werden gedreven en neergeknald. Verschrikkelijk.
14
Maart 1945.
Heel
veel soldaten komen en gaan in Hengelo. Zoo maken ze kwartier en lijkt het of ze
eenigen tijd zullen blijven en even later kan het zijn dat ze weer vertrekken.
Er zitten er ook honderden bij de boeren in Varssel, Dunsborg, enz.
In
het Rusthuis zit het nog altijd vol. Die zijn aan het schijfschieten voor
afleiding. Gisteren hebben ze het kipje van Sicco Dwars doodgeschoten.
Vanmorgen
kreeg Gerrit alweer een kaart om te graven. Maar hij is nog een beetje ziek en
behalve dat, is de animo zo mogelijk nog minder dan vroeger. De vluchtwagen heb
ik klaar, maar banden durf ik er nog niet om te leggen, want dan raak ik
ze toch kwijt voor ik het ding nodig heb.
22
Maart 1945.
Verleden
Zondagavond zware aanval op de villa's Hoekendaal en Buitenzorg aan de Zutphense
weg tussen Vorden en Warnsveld. Twee burgers gedood, verder verscheidene
militairen gedood en verwond. Men zegt dat daar het stafkwartier was van hooge
officieren. Evenzoo de laatste week twee aanvallen op Gorssel, waar volgens
geruchten, de Generaal Christiansen zou gevestigd zijn. Veel militairen in
Hengelo, vooral bij de boeren buitenaf. Telkens gaan ze weg en komen er weer
nieuwe drommen. Zeer veel schieterij vanuit de lucht en vanaf de grond van
afweergeschut.
Gisterenavond
omstreeks vijf uur is Doetinchem zwaar gebombardeerd. We konden de
vlammen urenlang zien en dikke rookzuilen trokken langs de horizon. Vanmorgen
kwamen berichten van vele vernielde straten en gebouwen. De kerk met toren is
ook in vlammen opgegaan. Wij kunnen ons niet onttrekken aan de gedachte dat de
geallieerden soms met groote onverschilligheid en maar lukraak hun bommen en
geschutvuur richten. God regeert en kan ons bewaren, dat is de eenige troost in
deze dagen.
De
Duitschers zijn kennelijk opgewonden: voor het Rusthuis staan nu dubbele
schildwachten en voor het bankgebouw ook. De O.T.-ers bij de gravers komen nu,
behalve met een revolver ook met een karabijn opdagen. Zoo wijst alles er op,
dat we nu de eindstrijd dicht genaderd zijn.
25
Maart 1945.
De
Typhoons schieten en gooien raketbommen op bijna alles wat ze zien, zeker op
paard en wagen. Bij 't Hoogenkamp is gisteren J. Harmsen Veerman beschooten en
op de Ruurlosche weg een wagen, waarbij een evacué gedood is. Zoo gaat het
maar door. We hadden al een vermoeden van op handen zijnde geallieerde operaties
in verband met de intensieve beschieting van heel de omgeving. En zoo kwam dan
gisterenmiddag op eens het bericht door: De Engelschen zijn over de Rijn
tusschen Wezel en Duisburg. Verdere bijzonderheden ontbraken nog, maar 't was
voor de moffen blijkbaar voldoende, want ze pakten hun hebben en houden bij
elkaar.
De
telefoonverbinding tusschen 't Rusthuis en overige posten,
een
dag geleden aangelegd, werd weer afgebrooken. Ook de handwijzers
aan de boomen, verwijzend naar het Rusthuis, met opschrift "Ortscommandantur"
werden weer ingehaald.
Toen
het avond werd, begon ook de autobedrijvigheid in alle hoeken van de gemeente.
De
veldtelefoons werden opgerold, alle auto's bepakt en weggereden door
zandwegen. Onder bijna onafgebroken gedruis van wagens over de Hummelosche weg
gingen we naar bed. De nacht was onrustig, veel machines in de lucht in de
maanstille nacht en veel geschutvuur en lichtflitsen.
Toen
we vanmorgen opstonden, was bijna alles weg. In 't Rusthuis ziet men maar 4 of
5 soldaten. In het dorp ook bijna alles weg. We wenschen van harte dat allen de
matten oprollen en niet terug komen. Maar zoover is het nog niet.
't
Is al bijna donker als ik dit schrijf en toch kwamen nog juist de Typhoons over
daveren. Ze zijn de heele dag letterlijk niet van de lucht geweest, maar er
was weinig te schieten, want trekkende soldaten waren nergens te ontdekken.
27
Maart 1945.
Al
weer veel gebeurd de laatste twee dagen, maar wat ik wil schrijven is weer
narigheid. Dat begon reeds Zondagavond toen ze omstreeks 9 uur (om acht uur
hadden ze binnen moeten zijn) bij elkaar zaten te praten op de rand van de
perskuil bij Harmsen Veerman op Bekveld. De soldaten en Todt's waren op zoek
naar terroristen, zoals ze gezegd hadden. De jongens vernamen dat er wat in hun
nabijheid was en gingen loopen. Dadelijk werd er geschoten. Johan Bobbink was
dadelijk dood. De andere jongen (een voogdijkind in dienst bij Jan Harmsen) werd
zwaar gewond. De dokter zegt dat hij het wel niet haalen zal.
(Latere
toevoeging: volgende dag overleden.)
Zondag
ook weer enkele doden door de Typhoons. Gisteren was het ook erg met de vliegers
boven Hengelo. Het huis van Ooms op de Iekink zwaar beschadigd. Een oude man
(uit het Rusthuis verdreven) was op slag dood. Het huis van Wijnbergen
gehavend, een gedeelte van de wijzers van de toren afgeschoten. Geen enkel doel
was op te sporen dan een auto onder de boterloods die er iets onderuit stak.
De
soldaten zijn weer overal aan het pakken geweest, hebben veel fietsen afgenomen
van ieder die zich op de weg vertoonde en ook fietsen uit de huizen gehaald.
Vannacht
dreunde het geschut zwaar, vandaag alles stil (bij betrokken lucht geen
vliegers).
30
Maart 1945. Goeden Vrijdag.
Nu
schijnt het er toch van te komen waar we zoo lang op gewacht hebben.
Verrassend snel volgen de gebeurtenissen elkaar op. Er
De
weermacht heeft er eindelijk genoeg van, dat hoort men overal aan de
uitlatingen. Blijkbaar willen ze graag zoo gauw mogelijk zich overgeven.
Zoodoende hebben we een goede kans dat de Engelschen kunnen optrekken zonder
veel te vernielen.
Hier
zijn de laatste dagen kanonnen op de Keijenborg en bij G. Wagenvoort op het Klooster. Men zegt: als de Duitschers niet
schieten als de Engelschen komen optrekken, schieten deze ook niet. Zoo is er
misschien kans dat de menschen hier niet hoeven te evacueren.
Het
gebral van de Führer schijnt zijn beteekenis te verliezen:
de
steden beginnen zich zonder strijd over te geven. Zoo kwam vandaag het bericht
van de overgave van Mannheim. De Führer zal wel veel tapijt vreten in deze
dagen; wel bekome het hem.
Vanavond
hoor ik geen V-1's. Vreeselijke dingen; zonder noemenswaardig miltair belang
kost het afschieten aan veel burgers het leven. Bij alle narigheid blijft er
ook nog humor. Zoo stond er laatst een bord aan de weg bij Voorst (daar liggen
zeer veel verongelukte V-1's):
Vergelding op Londen,
Tussen Voorst en Voorstonden.
De
Todt's hebben al een tijdlang een paar wagens naast het bankgebouw staan om gauw
weg te komen; gisterenavond hebben ze die al voor 't gebouw aan de weg laten
zetten. Symbolisch teekent dat toch de toestand. Zoo zijn er meer teekenen die
moedgevend zijn. Onze N.S.B.-"Burgemeester" heeft gisteren bij
Onstenk de timmerman een vluchtwagen besteld. "Nog dezelfde dag
gereed," luidde het bevel. Jacobi, de grootste kwal van allen die ons
vanuit het gemeentehuis regeeren, kwam gisteren ook bij G. Bretveld om een
vluchtwagen. Moest ook binnen 24 uur gereed zijn. Maar Bretveld heeft hem in
't lood gezet met dezelfde woorden die Jacobi altijd gebruikt als hij wat
opeischt:
"Ik kan u niets beloven, ik heb werk voor de weermacht en de weermacht gaat
voor."
31
Maart 1945. Stille Zaterdag.
Bij
ons binnen is het stil. Willem en ik hebben net gelezen Marcus 15.
Hanna
en Gerda slaapen bij Goossens in het kippenhok, Gerrit is in het Broek. Om ons
heen was het vandaag verre van stil. Rumoer, berichten, geruchten, van alles.
Vanmorgen kwamen nogal wat militairen van de frontzijde. Weinig auto's, maar
allerhande wagens en karren. Veel wagens met kleed en houten wielen. Men zegt
dat die van de Russische kant en van Polen komen. De straatjeugd noemt die
voertuigen bokkewagens met een old fenuusken op raadjes der achter. Dat geeft
een indruk van de armzalige aanblik.
Hier,
naast het Rusthuis is een rij kanonnen opgesteld. De soldaten die de kanonnen in
stelling gebracht hadden, zijn erbij gaan liggen slapen. Wat een verschil,
deze soldaten van 1945 bij die van Mei 1940. Ook op de kamp achter Fokkinkboer
is geschut opgesteld. Er zijn vandaag tamelijk veel vliegtuigen boven Hengelo
geweest, maar ze hebben bijna niet geschoten. Het afweer, hier vlakbij, heeft
niets gedaan. Vanmorgen zijn er nog gravers aan het werk gezet om het afweergeschut
in te graven. Vanmiddag zijn ze vertrokken, ze hoefden morgen niet te graven.
Maandag moesten ze terug komen.
Daar
is om gelachen, die moffen houden zich nog groot. En dan moet je even later
zien, dat alle Todt's gepakt en gezakt Hengelo gaan verlaten. Hopenlijk om
nooit terug te komen!
Todt's
uit andere plaatsen rijden met gepakte wagens door Hengelo. Dan moet je zien
wat er alzoo meegevoerd wordt; letterlijk alle huishoudelijke dingen tot
bedden, dekens en matrassen toe. Wat wordt er een gestolen goed weggevoerd.
Vanmiddag kwamen er vanaf de Hummelosche weg 63 koeien, aangedreven door
soldaten, door het dorp.
Terwijl
ik dit schrijf, hoor ik regelmatig vliegtuigen en geschutvuur. De moffen
zijn in het donker druk aan het inpakken en wegrijden. Hun geschreeuw kan ik
telkens op de weg en bij het Rusthuis horen. Men zegt dat het zaakje dat we
hier sinds vanmorgen hebben deze nacht alweer weg gaat, maar dan zullen er nog
wel anderen komen. Al zou het niet onmogelijk zijn dat we hier morgen ook al
eens een Engelsche tank zagen. G. Harmsen, die gisteren nog door Jacobi uit
zijn huis werd gezet, is er hedenavond weer in getrokken.
We
gaan maar weer slapen en vragen om bewaring in den nacht voor ons allen.
1
April 1945. Eerste Paaschdag.
's
Morgens 8 uur. Enkele groepjes soldaten met handgranaten, pantservuist en
geweren loopen heen en weer over de Kastanjelaan. Bij H. Garritsen, de
timmerman, wordt wat neergezet en overdekt met zeil. Alle opgestelde kanonnen
zijn vannacht weer weggegaan. Gevluchte soldaten die gisterenavond hier zijn
aangekomen, vertellen dat ze gevochten hebben tusschen Varsseveld en Halle.
Tanks, tanks, er was niet tegen te vechten. Als om tien uur de kerk ongeveer
begint, komen geruchten van razzia's die ze in Doetinchem zouden gehouden
hebben. Een deel van de menschen loopt de kerk weer uit. De dominee zegt dat het
een valsch gerucht is. Sommigen komen terug en gaan weer zitten. De dienst
gaat verder ongestoord door.
's
Middags 1 uur. De stroom van voertuigen aller aard vanaf Doetinchem houdt aan.
Berichten spreeken van snelle terugtocht der Duitschers aan het Nederlandsche
front. Op front Emmerik 13 km. opgerukt door Canadezen. Geruchten spreeken van
Engelsche tanks in Doetinchem. Geladen boerenwagens trekken langs Garritsen op
Bekveld aan. Sraten bijna verlaten, weinig burgerverkeer.
Half
drie. Telkens geruchten dat de Engelschen dichtbij zijn. Ik kijk even op de
Kastanjelaan en zie een moffenwagen op de hoek Spalstraat-Kastanjelaan. Is
dat een kanon wat ze daar opstellen? Meteen komt er een mof langs fietsen. Die
waarschuwt: "Gehen Sie im Keller, wollen Sie ein Kugel haben?!" We
gingen naar de schuilkelder, nog met de gedachte: 't kan nog wel uren duren.
Willem haalt nog boeken om te lezen, maar 't is te donker in de kelder. We
luisteren naar zwaar tankgedruisch. We wachten, we luisteren, wat zal het
worden? Komt Hengelo nu aan de beurt? Machinegeweervuur met tusschenpoozen,
enkele zware slagen. Kanonvuur of granaten? Er gaat wat gebeuren. We meenen
vlak bij geweervuur te hooren. Als ze vechten in de huizen komen de moffen
misschien bij de burgers in de kelders, wat dan? We zoeken elk een stuk wit
linnen en steken dat in de binnenzak; je moet er mee kunnen zwaaien als 't
noodig blijkt. We overleggen: als hier veel tegenstand wordt geboden, was het
misschien beter geweest maar weg te zijn. Maar dat gaat op het oogenblik niet
meer, er wordt te veel geschoten. De zware slagen maken nogal indruk.
Dan
horen we wat rammelen aan de deur van het paklokaal. Nog eens weer, er rammelt
glas. Ik waag even uit de kelder te komen en zie een mof juist binnen komen. Hij
had een ruit ingedrukt en van binnen de knip van de deur gedaan. Ik vraag of er
Tommy's zijn met tanks. Hij zegt: "Ja." In de kelder wil hij nog niet.
Het lijkt of hij voor heeft zich over te geven: geen geweer, geen koppelriem om,
de helm in de hand. Ze schieten weer, ik ga weer in de kelder. Als het na een
tijdje rustig wordt, kijkt Willem even. De mof is weg, ook de auto die we voor
de garage hadden gezet. We zitten nog gespannen te luisteren maar 't blijft
stil. Als er al een tijd niet meer geschoten is, meenen we luidsprekers en
roepen te hooren op een afstand. Even hooren bij dokter Dwars of ze daar ook
weten hoe het staat? Willem gaat achterom even informeeren. Hij komt terug met
het bericht, dat ze tijdens de schieterij dokter Dwars, van Suntermaartensdijk
en nog twee anderen voor de muur hadden gezet als gijzelaars, als ze soms door
terroristen werden beschoten. Anstige oogenblikken, maar door de activiteiten
die de moffen hun aandacht bij de vijand deden bepaalen, konden de gijzelaars
weer stilletjes weg sluipen. Hoe stond het verder? We wisten nog niets. Was
Hengelo nog in moffenhanden of waren er Tommys? Dan roept Willem: "Vader,
er komt volk aanloopen in de Spalstraat, ze schreeuwen en zwaaien. Vast zijn
de moffen weg!" We kijken op de weg, meer menschen vertoonen zich.
Mevrouw Dwars komt met de familie naar ons toe. Wel gelukgewenscht, er zijn
Tommy's in 't dorp. DE MOFFEN ZIJN WEG!!!!
Willem
en de jongens van Dwars zijn niet meer te houden, ze willen het dorp in. Ik ben
nog gereserveerd, maar de jongens zijn al weg. We zien weer Engelsche pantsers
het dorp in komen rollen. Nu moet ik toch ook mee, al mag ik van de dokter nog
niet loopen. Ik zit al een week met een ontsteking op de stoel, maar ik loop mee
op de klompen, schoenen kan ik niet aan hebben. Als we het dorp inkomen, blijkt
dat er nog één en ander is stukgeschoten. De moffen hadden eerst het geschut
naar de Hummelosche weg gericht, daar verwachtten ze de Engelschen. Opeens
was gebleken, dat ze de Tommy's in de rug hadden; die waren door de zandwegen
o.a. de Aaltensche weg het dorp ingekomen. Snel hebben ze hun kanon omgedraaid
en het dorp in geschoten. Ruiten waren stuk bij vele bewoners: boterfabriek,
Harmsen (ook een kogel dwars door de voorkamer), Bovenkerk, Besselink, Leemreis,
enz. Een gat in 't coöperatiegebouw, eenige boomen afgeschoten, eenige
kogelgaten in het muurwerk van de toren, enz. Maar alles bij mekaar was het zoo
goed als niets wat er vernield was. De straat was al vol, iedereen stak je de
hand toe en wenschte geluk. We voelen ons één als Hollanders; groote
vreugde, maar nergens uitbundig of luidruchtig.
Eindelijk,
eindelijk zijn we bevrijd van onze beschermers. Je ziet het maar je kunt het nog
niet verwerken. Als straks rondom de groote kerk een menigte verzameld is en
plotseling de driekleur van de toren waait, klinkt spontaan het Wilhelmus.
Deze
eerste Paaschdag zal voor Hengelo een onvergetelijke datum blijven. Ik ga slapen
met groote dankbaarheid in het hart.
2
April 1945. Tweede Paaschdag.
Een
schaduw op de vreugde der bevrijding: gisteren hebben de moffen op de Keyenborg
voor ze gingen vertrekken hun munitie-opslag in de boerenbondloods in de lucht
laten vliegen. Hierbij zijn acht menschen om het leven gekomen, behalve nog de
gewonden. Hoe tragisch, juist één uur voor de bevrijding.
Er rolt een stroom van voertuigen van allerlei aard het dorp binnen. Zijn het er honderden, 't lijkt er meer op of het er duizenden zijn. Groote en kleine gevechtswagens, motorfietsen, zware tanks, drommen vrachtwagens stampvol manschappen. De Ondergrondsche Dienst komt in actie. Ze beginnen N.S.B.-ers in te rekeenen. Met de handen in de nek gaan ze naar het gemeentehuis, dan brengt men ze hiernaast in de garage van Löwenhardt. Een troepje volk gaat er achteraan. Soms stil, dan eens joelend en schreeuwend. Geen verheffend gezicht en van de beste burgers ziet men er het minste achteraan loopen.
![]()