OLD HENGEL
De historie van Hengelo Gld
20e EEUW
Gesprek maandag 14-10-96, opgetekend door Willy Hermans.
In bejaardencentrum De Bleyke, Kamer 129.
Arendsen zei van tevoren dat hij veel was vergeten.
______________________________________________________________________________________________
De familie Arendsen woonde in Bekveld, aan de huidige Koekoekweg (later notarisklerk Bertus Nieuwland), tussen Ellenkamp en Olthof. Ze waren thuis met 5 jongens en 2 meisjes. De jongens: Marinus (de oudste, geb.1888), Bernard, Hendrik, Herman (Harm) en Reinier (Reint). De oudste Marinus was 20 jaar ouder dan de jongste. Herman werd 91 jaar.
Alleen Reinier trouwde, de andere 4 vrijgezellen woonde bij elkaar. De twee meisjes Garritje en Drika trouwden allebei. Moeder was Reintje Groot Wassink. Ze stierf in 1928, 68 jaar, dus van 1860. Vader Hendrik Jan werd 82 jaar (ca. 1874-1956).
Vader, Hendrik Jan, ging vaak op strooptocht. De 'oppassers' (jachtopzieners) lagen dan op de loer. Mijn vader nam samen met Diesvelt (die 104 jaar werd) deze eens goed te pakken.
Ze legden een gloeiend hete blaaspijp zo neer, dat het net een geweer leek. Hoevers en een andere oppasser Winters dachten stropers op heterdaad te betrappen. Toen ze het geweer triomfantelijk wilden bemachtigen, kwamen ze met leijk verbrande vingers te zitten. Binnen waren vader en Diesveld geheel onschuldig aan het kaarten, zich van de prins geen kwaad wetend. Hij is een keer gepakt.
De gebroeders gingen vaak uit stropen. Arnold en Willem Grotenhuys waren eveneens fervente jagers. Een keer werden de broers bekeurd bij het vissen in de Baaksche Beek.
Stropers schoten vooral op hazen en konijnen, maar ook reeën. Mensen met meer geld stroopten eveneens, maar dan legaal, want zij noemden het jagen. Mensen als Klem, Jansen, Esselenbroek en de bewoners van de landhuizen hadden wel een jachtakte net als de jachtopzieners.
Harm stroopte het meest. Ze verdienden maar weinig; een beetje arbeiden bij de boeren. Marinus werkte een poosje bij De Pinne, klompenfabriek Berendsen.
Oppassers kon je makkelijk ontlopen. We gingen altijd 's nachts op pad. Nadat ik trouwde ging ik niet vaak meer mee. Marinus kwam een keer met 28 konijnen terug uit Hummelo, dat was het record.
De oppasser Buitenhuis in Hummelo heeft een keer een stroper doodgeschoten: ene Jansen.
Er ging altijd een hond mee; dat was een afgerichte Groenendaler. Die pakte zelf de konijnen, beet ze direct dood. Met lichtbakken werken was riskant, die werden alleen gebruikt voor vethoenders.
Veldwachter Wisselink zagen we een keer aankomen. Marinus was nergens bang voor. Hij schoot snel een keer of zes in de lucht. Zogenaamd om te oefenen.
Ene Hofstede schoot zichzelf in de buik toen hij een ree met de kolf van een geweer ipv de loop dood wilde slaan. De darmen lagen eruit.
Er werden ook veel ulken (bunzings) gevangen. Daar kreeg je ƒ75,- per stuk voor. Veldwachters vroegen ons ze te vangen, als die bij een boer zo'n 30 hoender had doodgebeten.
Ook Dr. van Soest, de veearts, vroeg wel om hulp van Marinus bij bv. het vangen van een varken.
Reinier trouwde op zijn 25e (1933 dus). Ze bleven 57 jaar bij elkaar; zijn vrouw stierf toen ze 82 was? Eerst gingen ze vlak achter de Roos wonen, waar ook Polman, de sjouwer (Banninkstraat) woonde. Later gingen ze naar "Klein Kervel" in Dunsborg, Gompertsdijk. Daar woont nu zoon Anton.
Hij werkte als slachter/uitbeender bij Jansen de Roos. Op marktdagen stond hij voor de winkel stokken te verkopen. Soms voor ¦200,- op een dag.
Derk had een aangenomen kind: Derk Kamperman (zoon van zus). Was beste kerel. Reinier ging vaak mee naar Rotterdam om af te leveren.
Jansen had in verleden verloting gehad, daar was hij rijk van geworden. Hij bezat wel 40 huizen en was veelvuldig miljonair (volgens Reinier 5 à 6 miljoen gulden).
Huizen van Grotenhuys (toen Wuestenenk), Groot Bruinderink en Tijdink waren van hem, maar ook had hij huizen en weides buiten Hengelo (Bekveld).
Hij belazerde de kluit met de loterij. Als de hoofdprijs een villa was, bleek het een bouwvallige schuur. Was de prijs een paard, dan gaf hij een hobbelpaard.
Arendsen zegt dat hij er wel een goeie baas aan had. “Toen ik een huisje zette gaf hij ƒ500,-.”
Ook de tram is voor een deel van zijn geld aangelegd.
Hij had 16 man aan het werk in de slachterij, 8 voor het krabben en doorhakken. Joh.Vruggink was van begin tot eind in dienst bij Jansen. Hendrik te Wilpe stond in de winkel, een oud mannetje.
Derk Jansen was zeker niet zuinig. Gaf ook veel weg, zeker als er een mooie vrouw bij betrokken was (en ook om bij kiezers in goed blaadje te komen). Hij trouwde tweemaal. Hij had een dochter: Mina. Ze trouwde met een advocaat: Nöthorn. Ze kreeg alle huizen van haar vader (Kamperman de slachterij). Ze woonde aan het Velperplein in Arnhem.
Ten Arve kocht later de winkel van De Roos (jaartal). Hij ging uit armoede bij de NSB.
Hiervoor had ik 4½ jaar bij De Hutte, Langerak, gewerkt. Toen ik daar weg ging, stond Jansen direct op de stoep.
In 1940 kon Jansen de Roos geen varkens meer krijgen. Ik ging naar Dld in de wegenbouw. Drie maanden heb ik daar gewerkt, ik kreeg daar ¦400,- per maand. Toen kreeg ik een maagzweer. Na een keuring kreeg ik een tijd later geheel onverwachts ¦2000,.
Graven voor de Todt deed ik ook. De meesten voerden weinig uit. Een Duitser zei zelf: laten ze de Fuhrer maar snel overhoop schieten.
We hielden de moffen voor de gek. I.p.v. "Heil Hitler" riepen we "Drei Liter".
De Joden kochten alle vee op. Jacobs, Brammetje Philips. Bram woonde tegenover slachterij.
Thuis bij mijn broers zaten ook onderduikers. Dat waren de 2 dochters van Aäron Meyers (Rosa en Nanny). Een keer was er controle. Herman zei zonder blikken of blozen dat het zijn dochters waren. Zijn 'vrouw' was gestorven.
Reinier stierf in oktober 1997.
Home