OLD HENGEL
De historie van Hengelo Gld
20e EEUW
Kruidenierszaken en Winkels in koloniale waren
Hoekert
In de huidige 21e eeuw staan in een dorpje als Hengelo drie grote supermarkten en een kleinere. Daarnaast zoeken veel mensen hun heil voor goedkope boodschappen bij de Aldi of Lidl in omliggende plaatsen. De supermarkten ontstonden zo’n jaar of dertig geleden. Tot dan kocht men in bij de kruidenier of in een winkel in “koloniale waren”, die een heel andere sfeer hadden.
Dat waren winkels waar je je na binnenkomst waande in een wereld vol heerlijke geuren. Thee, cacao, koffie, nootmuskaat, kruidnagelen en vanille vulden met hun aroma de schemerige ruimte. Op de grond stonden open zakken met verschillende graansoorten. Heel veel artikelen werden los verkocht. Er waren ook messen, scharen, slijpstenen, sikkels en seizen. De boeren die inkopen kwamen doen, stonden er lang voor en toetsten met hun vingers de scherpte ervan.
Het
mooiste moment was het vullen van een zakje meel of erwten dat al op de
weegschaal stond. Met opgeheven arm, de ogen op de schaal gericht, werd met
korte schokjes vanuit de pols de glimmende vulschep geleegd tot het juiste
gewicht was bereikt. De bedragen werden met een potlood op de verpakking
geschreven en daarna op het puntzakje met vlugge hand genoteerd en opgeteld.
Sommige mensen betaalden niet direct. Zij hadden een mooi gekleurd boekje,
waarin iets werd opgeschreven. Zij kwamen een of twee keer per jaar afrekenen.
Meestal op zondag onder het genot van een geurige kop koffie met gebak.
Het waren aanvankelijk nog geen winkels met prachtige etalages. Begonnen werd met een ruimte die in een boerderij of werkplaats over was. Als je de winkeldeur opende woei soms een geur van vee van achteruit de stallen naar voren. Het waren niet alleen winkels voor de inkopen, maar ook een plek van samenkomst waar de laatste nieuwtjes en roddels werden uitgewisseld.
Voordat
de winkels rond 1900 ontstonden gingen handige jongens de boer op. Ze stouwden
een kruiwagen of winkelkar vol met allerhande noodzakelijke kruidenierswaren,
die ze gingen verkopen aan de bewoners in dunbevolkte streken. De hele familie
stond hen al op te wachten, want je kon ze van verre aan zien komen.
Jan Hoekert was in Hengelo zo’n voorbeeld van een man die met de kar langs de boeren ging. Ik sprak enige jaren geleden met oud-Hengeloër Cera Dickmann (inmiddels overleden) over zijn grootvader, die er ook veel andere dingen bij deed.
Jan
Hoekert (1856-1936)
Johannes
Josephus Hoekert werd op 2 januari 1856 geboren. Hij had het cafeetje annex
grutterij op ‘Dorp 150’ (Spalstraat 28) overgenomen van zijn vader. Het
stond op de plaats waar later Wolsink zijn zaak had, nu is het een apotheek.
Zijn vader was Herman Hoekert. Die was naar Hengelo gekomen en getrouwd met een
Quaadvlieg. Dat was in de vorige eeuw een respectabele familie, die mede de
R.K.-kerk oprichtte. Jan was enigst kind.
De
grutterij was een voorloper van de kruidenierszaak. Van boekweit maakte men
gruttersmeel, een grijze meel waar je pannekoeken van maakte. Voor de verkoop
van zijn waren ging Hoekert de boer op, zoals zoveel 'middenstanders' in die
tijd. Eerst ging hij elke morgen naar de kerk. Achter een kruiwagen volgepakt
met kisten vol koffie, thee en andere waren liep hij dan elke dag een bepaalde
route. Zo liep hij de weg richting Ruurlo af. Te beginnen bij de boerderij De
Oude Kuiper tot aan het landhuis 't Zelle bij de koetsier Nijland en waar ook
Bernard Baakman in de buurt woonde.
Ook
de weg door Dunsborg legde hij dikwijls af: langs Winkelsboer Mentink, Momberg
en de Spölleman (Salebrink). Daar achter zat 'Gekke Hendrik'. Een geestelijk
gestoorde maar ongevaarlijke man, die in een gat in een grond leefde. Het dak
van het hutje bestond uit plaggen. Hij
ging ook de Reigersvoort in, o.a. langs Café Jan Klein Menting, tot aan de
beek. Het waren allemaal vaste klanten. Een nadeel was dat hij ook in de
winterdag op pad moest over slechte wegen vol sneeuw of modder. Later verruilde
Hoekert de kruiwagen voor paard en wagen. De kinderen van Dickmann gingen
dikwijls mee. Ze vonden het wel leuk voor een keer, maar het was weinig
avontuurlijk. In het dorp viel meer te beleven. Jan wilde graag dat zijn
kleinzoons het van hem overnamen, maar deze hadden geen ambities in deze
richting.
Het
café was eerst een koffiehuis. Later verkreeg hij een "Volledige
vergunning", waardoor hij sterke drank mocht verkopen. Het café was
natuurlijk vooral op alle marktdagen open. Maar daar waren er veel te veel van
in de Spalstraat. Het was een klein cafeetje. Dansen kon je er niet. Hoekert had
het er bij voor een centje extra. Van 1907 tot 1910 was steeds met veel
trammelant omgeven, zoal ook te lezen is in het boek ‘Daar midden in de
Graafschap’.
De
eerste problemen bleken uit de volgende advertentie:
Ter
Griffie van de Arrondissements Rechtbank te Zutphen is gedeponeerd de
uitdeelingslijst in het faillissement van J.J. Hoekert, winkelier en herbergier
te Hengeloo (G.), om gedurende 10 dagen ter kostelooze inzage der crediteuren te
liggen. B.H. Drijber, curator.
Reintje
Arendsen, de weduwe van B. Grootbod, had de vergunning van Hoekert gekregen. Zij
hertrouwde met Eijlenberg, die het café voortzette.
Hoekert
liet het er niet bij zitten: Toen Hoekert zich om inlichtingen aan het gemeentehuis vervoegde, werd
hem gezegd dat hij thans geen recht meer heeft tot de verkoop van sterken drank
in het klein en hem hiervan uitlegging gedaan.
Op
4 oktober 1910 kreeg Hoekert de vergunning terug na drie jaar
touwtrekken. Het besluit van 2 maart 1907 om zijn vergunning in te trekken werd
vernietigd. Daarmee stonden de plaatselijke bestuurders behoorlijk in hun hemd,
omdat ze Hoekert als oud vuil hadden behandeld. Eindelijk kwam men erachter dat
de intrekking in strijd was met de wet. Hendrik Hofs, die zijn vergunning had
overgenomen, moest deze inleveren en het bordje ‘Volledige vergunning’ bij
de ingang van het café op Dorp 68 weghalen. Reintje Arendsen (inmiddels
hertrouwd met Eylenberg) had dit pand in pacht.
Hoekert
had nog een andere bron van bestaan: kippen. Hij kocht de hanen bij boeren
"in commissie". Wanneer ze vetgemest waren kocht hij ze op en verkocht
ze door aan Arend Kappert, poelier in Doetinchem. Vaak werden de boeren, die
weinig geld hadden, betaald door te ruilen: bv. een haan voor koffie. Een kleine
winst was in die dagen genoeg.
Hoekert
had één dochter: Aleida. Zij vertrok naar Mechelen, zodat er geen opvolger was
voor de zaak aan de Spalstraat. Hij stopte er vermoedelijk rond 1910 mee.
Hoekert's
vrouw was van IJsseldijk uit Steenderen. Zijn zus was de moeder van Herman
Besselink (waagmeester, café, later De Snor). Toen zijn vrouw overleed was hij
alleen. Hij trok bij Leemreis in (nu slijterij). De man van zijn dochter, Johann
Theodoor Dickmann, had in Mechelen een café. Maar toen de smokkeltijd na de
Eerste Wereldoorlog voorbij was, kwam hij naar Hengelo. Het echtpaar
Dickmann-Hoekert kreeg acht kinderen, waaronder Cera, Clemens (woonachtig
in Arnhem), Nico, Fietje, Johanna,
Jan Dickmann (1886-1931) begon een hotel/café aan Spalstraat 44 (nu De Egelantier). Hij kocht het huis van Goorkate, een stukadoor (de moeder van Otto Jansen was van Goorkate). De 'volledige' vergunning was intussen verhuurd aan Herman Besselink (getrouwd met "Ma Besselink" van Wissink - Olde Kaste), die een café had tussen Leemreis en Dickmann. Besselink moest de vergunning toen weer afgeven. Dit ging wel met de nodige moeilijkheden gepaard. Ze hadden nooit iets betaald voor de vergunning (van 1910 tot 1924 gehad volgens Clemens Dickmann), die hen met de vele marktdagen veel had opgeleverd. De familie Besselink weigerde ook later enige compensatie daarvoor aan de familie Dickmann uit te keren.
Dit
speelde tot na de oorlog. Besselink viel na het afgeven van de vergunning terug
tot "Verlof A". Er bestonden twee soorten vergunningen. Een volledige
vergunning was op naam, daar kon niemand aankomen, al moest je wel binnen de
plaats blijven.
Hoekert
was een markant dorpsfiguur. Hij had een heel goed karakter: aardig en eerlijk.
Als je als kind iets goeds had gedaan prees hij je de hemel in. Hij las de krant
altijd van A tot Z. Toen Dickmann op jonge leeftijd overleed, kwam Hoekert bij
de familie Dickmann inwonen. Hij nam de rol van vader over voor de kinderen.
Later werd hij stokdoof.
Hij
bezat een stuk grond op "De Kamp" achter de boterfabriek. Daar stond
ook een coöperatieve loods, met paardenstallen, voor de gezamenlijke boeren.
Jan
Hoekert stierf in 1936. Cera Dickmann was toen bakkersknecht in Zeddam. Hij werd
naar huis geroepen, maar wist niet precies waarvoor. Onderweg kwam hij Frans
Roes (alias Herman van Velzen) tegen, die hem inlichtte over de dood van zijn
grootvader.